Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
54
als een door de school uitgevonden onderscheid, lieten varen en alle
rekenen leerden aanzien voor uit het hoofd rekenen. Wij zullen
dat doel naderbij komen, als wij niet in een grooten overvloed van
opgaven ons heil zoeken, maar in de menigvuldigheid der
oplossingen en in de verschillende beschouwing van 't zelfde
vraagstuk, en wanneer wij eindelijk beginnen, de rekenvoorstellen
meer uit het leven, dan uit de rekenboeken te nemen. Zóó al-
leen wordt het rekenen een vrije kunst, een kunst, die men met
vrijheid en gemak beoefent.
104.
Menig jonge onderwijzer zoekt de levendigheid van 't onderwijs
en het boeijende der voordragt in luid spreken en overdrijft
dat soms zoodanig, dat een even groot aantal kinderen, als er in de
school zitten, buiten de school aan 't onderrigt zouden kunnen
deelnemen. De ijver, die zich op die wijze openbaart, is, hoe wél
gemeend ook, altoos een blinde ijver, ook voor de gezondheid scha-
delijk. Een jongeling, die nog niet volwassen en daarenboven
in die jaren is, waarin dc ademhalingswerktuigen zoo ligt ern-
stig beleedigd worden, kan door zulk een blinden ijver den grond
tot noodlottige ziekten leggen. Terwijl bedaard spreken voor de
longen en 't geheele gestel heilzaam is, moet overmatige inspanning
in de jeugd verderfelijk worden voor de borst.
Op den onpartijdigen toehoorder kan dat buitengewoon luid spreken
of schreeuwen onmogelijk een gunstigen indruk maken, want het
staat in de scherpste tegenspraak met den stillen, rustigen geest,
dien een school ademen moet; het geeft aan de geheele werkzaam-
heid des leeraars het voorkomen van gejaagdheid en hartstogtelijk-
heid, en doet onwillekeurig aan harde woorden en straffen denken.
105.
Zou het overdreven luid spreken, dat bovendien niet zeldzaam in
zeer snel spreken ontaardt, misschien goed voor de leerlingen zijn?
Integendeel. Hoe luider de onderwijzer spreekt, des te meer onder-
ling gepraat, onopmerkzaamheid en verstrooidheid zal men bij de
kinderen vinden! Met een half oor verstaan ze dan immers den on-
derwijzer wel? Wie de woeligheid der kinderen zoekt te bekampen
met luid spreken, die slaat den verkeerden weg in en maakt het