Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
51
Wie zich echter na gedaan dagwerk in een stil, eenzaam uurtje
trouw de antwoorden op die vragen in de ziel schrijft, die houdt
ook een dagboek, dat hij later met vrucht kan naslaan.
97.
Tot de middeleu van den nieuweren tijd, om den onderwijzer in
de voortzetting zijner studiën behulpzaam te zijn, behooren de onder-
wijzers-bijeenkomsten. Zij moeten, zegt men, onzen stand helpen
opheffen en ons bijzonder geschikt maken voor de praktische zijde
des beroeps. In hoeverre de gezelschappen aan hun doel beantwoor-
den, wil ik niet onderzoeken, maar alleen eenige aanwijzingen geven,
hoe zulke bijeenkomsten, zullen ze waarlijk nut hebben, naar mijn
meening moeten ingerigt zijn.
Men moet zich losmaken van een bekrompen, handwerksmatige op-
vatting van zijn beroep en vooral de overtuiging vasthouden, reeds
vroeger door mij geuit, dat alles, wat den onderwijzer naar den
geest hooger brengt, wat zijn algemeene beschaving bevordert,
ook het eigenlijke beroepsleven veredelt. Den schoolopzieners
zou ik raden, om, voor zoover zij daartoe zelf op de hoogte zijn,
met de onderwijzers uitstekende werken over opvoeding door te gaan
en daaraan gesprekken te verbinden, die tot zelfstandige beoordeeling
der leesstof leiden. Goede biografiën van uitstekende onderwijzers
ziju ook zeer aan te bevelen, 't Is een hoofdzaak, dat men met een
degelijk werk leert omgaan en de denkbeelden daarin ten volle leert
begrijpen en waarderen. Dat helpt vrij wat meer dan al dat onbe-
stemd gepraat over methode en nog eens methode, meer dan al dat
onnutte twisten over kleinigheden, want het brengt tot het gevoel van
eigen onbeduidendheid en langs dien weg juist tot zelfstandigheid en
zelfhulp. Of is het niet treurig, dat juist de beste werken over op-
voeding en onderwijs dikwijls voor de onderwijzers met zeven zegels
gesloten zijn, en dat deze nog steeds 't hoofd neerleggen bij leergangen,
leiddraden, wegwijzers, uittreksels en hoe de dingen al meer mogen
heeten, waaraan ze tijd en geld verkwisten?
98.
Dwaas en aanmatigend is het, den mensch zijn dosis beschaving
toe te meteu en hem te zeggen: tot hier toe en niet verder; meer
zou u in uw betrekking of stand in de wereld schade doen. Boven-