Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
50
van 't letterschrift ook] betreden moet hebben. Deze merkte
op, dat de rede uit deelen bestaat; en gelijk in die rede enkele
woorden herhaaldelijk voorkomen, zoo ook in de woorden enkele
geluiden, 't Kwam er dus hoofdzakelijk op aan, om voor die enkele
geluiden bijzondere teekens te vinden.
De onderwijzer moet zuiver, scherp geaccentueerd vóórspreken,
dc kleinen hooren de enkele geluiden, spreken ze na, worden opmerk-
zaam gemaakt, hoe de afzonderlijke klanken elkaar opvolgen en
schrijven dan in goede volgorde de enkele letters. Zuiver, scherp
geaccentueerd vóórzeggen, naauwkeurig naspreken, oefening van
't gehoor in 't herkennen der geluiden en hun volgorde, daarna
schriftelijke voorstelling, — dat zijn de oefeningen, waarmede niet
alleen het orthografisch, maar ook het geheele onderrigt der klei-
nen beginnen moet. Een volgende trap bevat dan de woorden, die
anders geschreven worden, dan men ze uitspreekt, en die het best
door 't gebruik worden aangeleerd. Een scherpe scheiding van beide
trappen is echter noch mogelijk, noch noodzakelijk.
96.
Men heeft den onderwijzer ook al aangeraden, een dagboek te hou-
den. Een enkele heeft den raad opgevolgd, maar bleef, die hij was,
omdat hij meer den vorm dan den geest van het ding pakte.
Bij mijn weten is nog niemand op het denkbeeld gekomen, om
een dagboek over zijn leerlingen aan te leggen, waarin hij hun ver-
standelijke ontwikkeling, hun deugden en gebreken, de aangewende
straffen, vermaningen en belooningen en eindelijk datgene aantee-
kent, wat hem over hun later leven en lotgevallen ter ooren
komt. Ongetwijfeld zou een dergelijk dagboek zeer belangrijk kun-
nen worden; het zou menig verwachting bedriegen en menig voor-
barig oordeel beschamen. Het zou een gewigtige bijdrage kunnen
worden tot de praktische zielkunde; het zou verder de biografiën van
een geheel dorp behelzen en den onderwijzer tevens op het treffendst
overtuigen, hoezeer de school in verband staat met het leven.
Zal een school-dagboek waarde bezitten, dan moet het twee vragen
met naauwgezetheid en onpartijdigheid beantwoorden:
a. Hoe hebt gij op uw leerlingen gewerkt, en
b. Hoe werkten uw leerlingen op u?
Of met andere woorden: Wat leerden de kinderen van u? en:
Wat hebt gij van hen geleerd?