Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
94.
't Schrijven zonder spelfout, dat oude struikelblok, kan slechts
op twee wijzen worden aangeleerd, namelijk op 't gezigt en op
't gehoor, 't Is ieder onzer wel eens gebeurd, dat hij over de
spelling van een woord in twijfel stond, en dan schreef hij 't eeni-
ge malen op verschillende wijzen neêr en herkende aan het voor-
komen van 't geschrevene, wat het regte was. Hij erkende dat
voor juist, wat hij 't menigvnldigst gezien had, en liet dus het
schrijfgebruik beslissen. Ik heb een onderwijzer gekend, die zijn
leerlingen vrij ver in de orthografie had gebragt, door hen dik-
wijls uit het leesboek te laten afschrijven en ze vervolgens 't ge-
schrevene zelf te laten verbeteren. Doofstommen leeren het zuiver
schrijven enkel op 't gezigt, door 't afschrijven.
Wij moeten dat deel der spelling, 't welk door 't oog wordt
aangeleerd, wel onderscheiden van wat op 't gehoor volgens den
bekenden regel: „Schrijf overeenkomstig de beschaafde uitspraak"
wordt verkregen. Tot het eerste behooren alle woorden, die anders
•worden geschreven dan gesproken, zoodat hun spelling niet met
de uitspraak overeenkomt. Regels zullen daarbij weinig helpen;
meer zal aanhoudende oefening', dikwijls herhaald schrijven baten. Dat
men het woord mensch met zes en niet met vier letters schrij-
ven moet, leert men alleen door 't zien. In plaats van in de
zelfoefening der kindereu het hoofdmiddel te zoeken, zeggen vele
onderwijzers nog altoos de regels voor, dikteren eenige voorbeel-
den, onderstrepen de fouten en zijn achterna boos, als het kind
toch weer verkeerd schrijft. Ik wil den staf niet breken over de
regels, als hulpmiddel in de school. Men kan, dunkt mij, 't ééne
doen en 't andere niet laten. Heeft een regel geen of bijna geen
uitzonderingen en vindt hij veelvuldige toepassing, dan zal geen
verstandig onderwijzer nalaten, dien zijn leerlingen in te prenten,
tot hun eigen groot geraak. Wie zou b. v. verzuiraeu, de leerlin-
gen met den regel vertrouwd te maken, dat de a eu « op 't eind
eener lettergreep nooit verdubbeld worden?
95.
Men moet het orthografisch onderwijs beginnen met het laten
schrijven van die woorden, wier uitspraak met de spelling overeen-
komt. Daarbij heeft men den weg in te slaan, dien de uitvinder
4