Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
+7
90.
Velen gelooven, dat een groot aantal uren, aan 't godsdienst-
onderwijs besteed, zoo bij uitnemendheid gesehikt is, om de
godsdienstige opvoeding in de hand te werken; ik ben echter van
een tegenovergesteld gevoelen. Ik geloof, dat men hier niet mag
zeggen: het getal der ureu geeft de winst. Weinig, maar
innig en hartelijk, is veel beter dan rijkdom van woorden, zonder
innerlijke aandoening.
Een hartelijk vrome moeder beklaagde zich eens tegen den god-
vruchtigen Franz vonSalis, dat zij haar zoon, niettegenstaande haar
bestendig voorpreken en toespreken, geen neiging voor de godsdienst
kou inboezemen. Zijn treffend antwoord was; ff Mevrouw, spreek,
in plaats van met uw zoon altoos over God te praten, des le
meer met God over uw zoon!"
Veel en opzettelijk, kunstig gezocht moraliseren doet schade en
verzwakt den indruk, dien een eenvoudige waarheid of een eenvou-
dig verhaal door zich zelve maakt. Veel zoogenaamde toepassingen
zijn slechts een dunne, smaak- en kleurlooze soep, die wel opge-
blazen maakt, maar niet voedt.
91.
Over den zamenhang van dichtkunst met paedagogiek en over
den invloed, dien de eerste op het werk der opvoeding kan uit-
oefenen, is nog weinig nagedacht. De kindsheid der volken spreekt
door den mond der poëzie tot de nawereld, en de kindsheid van
den enkelen mensch is niet minder toegankelijk voor de wereld
der verdichting. De kindsheid der volken bezielt de natuur met
haar eigen, krachtig levea; tot haar spreken boomen en bronnen,
zij draagt haar vol gevoel op de levende en levenlooze voorwerpen
der buitenwereld over en ziet deze wereld niet aan met den helde-
ren blik 'des verstands, dat objekt van subjekt onderscheidt, maar
verdiept zich vol liefde in haar, ontsluit zich voor haar en laat haar
in 't rooskleurig gewaad der betooverende fantasie binnenkomen.
De kindsheid der meuscheu, even als die van den enkelen mensch,
leeft in 't geloof, welks liefste kind het wonder is. Uit dien aan
geloof en fantasie zoo rijken lijd stammen onze overleveringen eu
legenden, die liefelijke bloesems van echten kinderzin, welke de
onbedorven engd nu nog met wonderbare kracht in haar toover-