Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
. 46
dienstig gevoel zal niet verdwijnen en op menig gevaarlijken twee-
sprong des levens zijn raadgevende stem verheffen.
Nemen wij daarom alle voorwerpen van ouderwijs niet als doel op
zich zelf, maar alleen als middelen tot het doel eener hoogere bescha-
vmg van verstand en hart; met deze ecnig-ware opvatting is alleen
't verwijt te beantwoorden, welks looden gewigt niemand kan en mag
ontkennen. Aan haar zal zieh dan ook die gulden eenvoud paren of
veelmeer uit haar voortvloeijen, welke onze scholen alleen past en dient.
88.
Er zijn zaadkorrels, die jaren laug hnn groeikracht behouden, die
in het dorre zand en tusschen doode steenen aan 't oog ontrukt, rus-
tig hun opstandmgsdag verbeiden, diep in zich de levenskracht ber-
gend, die men reeds lang verdwenen dacht. Ter regter tijd en ter
regter plaats, gedrenkt door hemelschen dauw, ontwikkelt zulk een
verloren korrel zijn kracht en ontkiemt, groeit frisch en lustig eu
draagt bloem eu vrucht, die getuigenis geven van de eeuwigheid
des levens.
Zoo is 't ook met ons menschen, wien God in de ziel en haar
wonderbare krachten een bodem schonk, waarin menig kiempje, ons
onbewust, sluimert, om op zijn tijd uit te botten en heerlijk te groei-
jen. Laat ons er, evenals Jozef in Egypte, maar op bedacht zijn, om
in de \Tuchtbare jaren der jeugd rijkelijk op te zamelen, opdat er
iu de dorre jaren des ouderdoms kiemen mogen zijn, die kunnen
uitspruiten.
89.
Menig kind leerde de spreuk: „Die met tranen zaaijen, zullen eens
met gejuich maaijen," met lagchenden mond; zijn hart wist niets vau
kommer en zijn verstand begreep de woorden niet. Maar er kwam
toch een tijd, dat die spreuk een troostrijke waarheid voor hem werd,
dat ze plotseling met haar diepen zin uit de ziel opdook cn ecu plccht-
auker werd in bitteren notid.
Onderwijzer, geef uw leerlingen zulke kiemen, kiemen, die waarhjk
voor ontwikkeling vatbaar zijn, wijl ze goddelijk leven iu zich dragen!
Wees daarbij niet te angstig, of ze dadelijk zullen opkomen, of zij
nu reeds in al haar kracht verstaan worden; buiten u zorgt nog een
hooger hand.
s