Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
mmm
13
82,
Het verband tusschen zingen en spreken, en dus ook tussclien zang-
en taalonderwijs is niet ver te zoeken. Zingen met uitdrukking en
lezen met gevoel, scherp geartikuleerd spreken en zuiver zingen met
begrip van tekst en maat, luid en toch niet schreeuwend lezen en
zingen: dat zijn parallellen, wier verwantschap ieder gemakkelijk ziet.
Maar wordt er in de school ook ernstig op acht gegeven? — Verstan-
dige ondenvijzers eischen niet eerder, dat een geschiedenis goed ge
lezen wordt, d. i. met uitdrukking en juisten klemtoon, vóór de kin-
deren haar naar' zin en inhoud verstaan, eu spreken daarom met hen
over de leesstof en verklaren die, waar 't noodig is. Hoe zou men
dan met bilUjkheid kunneu verlangen, dat de kinderen verzen goed
zullen zingen, wier zin en beteekenis hun duister zijn gebleven ? Waarom
brengt men niet eerst den inhoud der liederen in't hart der kinderen ?
De onderwijzer, die tweestemmig wil laten zingen, wake er voor, dat
bij alle kunst de natuur niet verloren ga; de onderwijzer, die naar noten
laat zingen, vergete niet, dat dc noten toonteekens zijn, even als dc
letters geluidteekens. Verschillende geluiden, verschillende teekens, —
verschilleude klankladders, verscliillende schalen. De noten komen dan
eerst, als liet kind 't verschil der toonen opmerken en de enkele tooncu
onderscheiden kan, als het gehoor dus reeds goed geoefend is.
83.
Geen leervak kan zoo aanlokkelijk voor de jeugd gemaakt worden
als dc geschiedenis. Aanlokkelijk wordt de geschiedenis evenwel niet
door het van buiten leeren van een rij jaai'tallen en eveimiin.door het
opzeggen van een dosis doire feiten uit een leerboekje; — aantrekke-
lijk wordt ze alleen door het levende woord des onHerwijzess, door zijn
aanschouwelijke, boeijende voordragt, door duidelijke beschrijving cn
uitvoerige schildering. Wat baat het, dat de kinderen een menigte
getallen en namen weten, dat ze met dorre, van buitengeleerde woor-
den weten op te geven, wat deze of gene gedaan heeft. Zulk een
koud, glad geraamte helpt niets! Hoe iets gedaan werd, daarin al-
leen ligt de romantiek der gescliiedenis, daarin 't eigenlijke leven der
personen, daarin de grond tot liefde en bewondering. Zóó vertoonen
het ons de middeleeuwen. Toenmaals kende het volk geen hand-
boeken voor geschiedenis, maar wel het leven en de groote daden zijner
helden en koningen. Deze groote daden werden met eerbied liefde