Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
48.
Jammer is het, dat er nog volksscholen zijn, waarin 't zangonder-
rigt geen onderwerp van de grootste belangstelling uitmaakt. Boven
den veredelenden invloed der volkspoëzie zijn we natuurlijk sinds lang
verre verheven, en gaat het zoo voort, dan duurt het niet lang meer,
of het volkslied wordt nog alleen in bibliotheken gevonden. Wij
worden steeds meer gelikt, meer gepolijst en meer — koud; onze
huisbakken beschaving berooft ons ook van de poëtiseh-gemoedelijke zijde
des levens.
Ook 't zangonderwijs in onze volksscholen is zelfs daar, waar 't met
ijver en bekwaamheid gegeven wordt, nog dikwijls al te sclioolsch, te
nuchter en te droog; het blijft Urnen de school en doet zijn invloed
niet gevoelen op onze vroHjke stemming in bosch en veld, op onze
ernstige, plegtige stemming in tempel of bedehuis. Hoe dat te ver-
lielpen is, laat zich gemakkelijker gevoelen dan met woorden uitdruk-
ken; maar iets "wil 'k er toch van zeggen.
Dc vraag, of het zangonderwijs in de volksscholen alleen naar hei
gehoor gegeven of ook door noteuschiift ondersteund moet worden, ont-
vangt nog niet overal 't zelfde antwoord. Doch die \Taag is mij lang
niet zoo gewigtig als de omstandigheid, dat men nog niet'genoeg
over de verhouding van het zangonderwijs tot al 't andere heeft na-
gedacht. Men heeft b. v. de stoute gedachte, door 't zangonden\-ijs
in de school de gemeene, zedelooze straatliedjes te verbannen, maar
men vergeet er bij, dat dezen niet eer van de tong wijken, vóór zij
uit het hart geweken zijn, vóór de geheele mensch meer zedelijk-gods-
dienstig, meer aesthetisch ontwikkeld is. AUe onderwijs moet daarop
werken en '/.kh tot dat einde met het zangonderwijs in hinige verbin-
ding stellen.
Yerder handelt men in dezen niet praktisch gènoeg; men laat wel
in de op 't leerplan daarvoor aangewezen uren zingen, maar als dezen
voorbij zijn, zwijgt ook 't gezang. Was het niet schoon, als de on-
derwijzer aan de verschillende aandoeningen, die hij door zoo menige
les weet op te wekken, met zijn kinderen in een lied lucht gaf. —
wanneer hij de door 't,venster lagchende lente met een L'ed begroette,
een vaderlandsch feest, een vertelling uit de geschiedenis daardoor
wijdde? Dan begrepen de kleinen eerder, waarom zij 't ziugen leeren,
eu gevoelden ze, waarvan gezang de uitdrukking is.