Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
79.
Oiize volks- en arnisciiolen hebben op het punt van zindelijkheid nog
veel goed te maken en te verbeteren; ze moeten in dezen nog zoo,
dikwijls de plaats van vader en moeder vervangen. De sehool moet
er zich ernstig meê bezig houden, om elke walgelijke gewoonte uit
liaar muren te verbannen; ongekamd haar, ongewassehen handen en
aangezigten, morsige of gescheurde kleêren mag men daar niet gedoogen.
Zijn dit misschien ook kleinigheden, die van zelf spreken? In de
opvoeding houd ik nu eenmaal niets voor een kleinigheid, en van dat
„van zelf spreken" heb ik nog weinig gemerkt.
Bedenken wij altoos wel, hi welke betrekking de ziiidelijkheid tot de
schaamte staat, tot dezen kuischen engel, die waarschuwend wacht
houdt bij het punt, waar dier en mensch in elkander vlocijen?
80.
Er is geen treuriger onderrigt in onze volksscholen, dan liet volgens
den gewonen sleur gegeven onderwijs in 't schoonschrijven. Het be-
hoort, met het werktuigelijk lezen, tot die werkzaamheden der hoogere
klassen, waarbij men het zich dikwerf zoo gemakkelijk mogelijk maak),
cn waarbij niet zelden de verveling ondcrwijzèr en kinderen onder haar
looden vleugels neemt.
Vooreerst dient gezegd, dat onze volksscholen geenszins het doel
kunnen hebben, om schrijfmeesters te vormen. In 't maatschappelijk
leven komt het hoofdzakelijk hierop aan, dat men een vaste, duide-
lijke hand schrijft, en dit te leeren, moet het hoofddoel der school zijn.
Daartoe zijn echter niet die menigte bijzondere uren voor 't schoonsclmj-
ven noodig, welke maar al te dikwijls rusturen voor trage onderwijzers
zijn, en die tevens de leerliiigen aan een bezig nietsdoen gewennen.
Wanneer men verder bedenkt, dat in menige school jaarlijks omstreeks
tweehonderd en soms nog meer m-en met dat schoonschrijven vermorst
worden, die, voor de helft slechts tot verstandsoefeningen aangewend,
geheel andere ^Tuehten zouden dragen, dan kan men den hartelijken
wcnsch niet onderdrukken, hier een flinke hervorming te zien.
Gelukkig banen onze nieuwe schrijfmethodes daarvoor den weg. Zij
beoogen meest allen de vorming van een duidelijke, loopende hand cn
hebben in den regel nog dit boven de oude sclirijfmanier vooruit, dat
ze den leerling in de voorbeelden, die ze hem geven, de gelegenheid
aanbieden, om zich zeiven te controleren.