Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
den niet vooruit komen, en zonder den stuurman zou het te
gronde gaan.
71.
Wie veel met onderwijzers en vooral met jonge in aanraking komt
of het toezigt over hen moet houden in school eu maatschappij, die
moet een zeer hooge achting voor de waarde van hun beroep, een
vurige liefde voor hun stand hebben, om niet menigwerf zeer verdrie-
tig, ja ernstig boos te worden. Men weet, dat hun in de kweek-
scholen, in hnn handleidingen voor opvoeding en onderwijs zoo veel goeds
wordt gezegd, zoo menig onschatbare school- en levenservaring wordt
medegedeeld en verwacht natuurlijk bij hen een ernstig streven, om
daarnaar te handelen. En — men ziet zich veelal jammerlijk be-
drogen. Velen handelen juist tegen alle goede wenken, tegen alle
wijsheid der ervaring in eu loopen zoo niet zelden hun eigen ongeluk
in den mond. Zij schijnen graag ten koste van tun levensgeluk
bittere ondervindingen op te willen doen eu verkerven het daardoor
meer dan eens bij schoolopzieners en gemeenteleden. In plaats
van in de school de inzigten en wenschen van ervaren mannen te
toetsen eu te volgen, gelooven ze zeiven de wijsheid in pacht te
hebben eu al ervaring genoeg te hebben opgedaan, om den raad van
ondervindingrijke , in de school grijs geworden mannen te kuunen ont-
beren. In plaats van eenvoudig en rustig te leven, hunkeren ze naar
valselie populariteit, en eer zij zeiven 't weten, hebben ze door harts-
togtelijke of onbekookt gestrenge school tucht reeds menig moederhart
verbitterd. Breekt dan eindelijk het sinds lang dreigende onweer
los, dan roepen ze wee en ach! en vergeten, dat al wie wind zaait,
storm oogsten moet, vergeten, wat vroegere onderwijzers cn menige
andere wakkere mannen hun reeds lang te voren voorspelden; ja ,
ze gaan in hun verblinding soms zóó ver, dat zij de schuld op liun
opleiding werpen.
72.
Onze onderwijzers zijn nog te weinig met de taal als wetenschap
bekend. De weinige jaren der voorbereiding zijn daartoe op verre na niet
toereikend; zij kunnen naauw den grond leggen, waarop voortgebouwd
moet worden. In plaats echter van dit te doen en den grammatischen
bouw onzer heerlijke taal uit grondige werken grondig te bestuderen,
grijpen de jonge onderwijzers meest altijd naar drooge handleidingen,
die voor kinderbehoeften werden geschreven. Zoo blijven zij zeiven in