Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
bij velen ten achter, —tot op zekeren afstand knnneu wij toch ons
ideaal ^bereiken, in zekere mate dat geheimzinnige karakter in ons
ontwikkelen, waarin het wezen der subjektieve metlioJe bestaat. Maar
daartoe is bovenal ware beroepsliefde noodig; deze zal ons verwar-
men en uit cn door 't oog in de kinderziel dringen, want leven al-
leen wekt leven.
Ook doen goede voorbeelden veel. 't Is een waar genot, een be-
kwaam man, die met harten ziel onderwijzer is, te zien cn te hooren
werken; zijn voorbeeld zal ons.opwekken, bemoedigen en onderrigten.
En daarmee genoeg! Slechts dit ééne wil ik, alles zamenvattend,
herhalen. Naarmate de onderwijzer een frisch, vrolijk, verstandig
en vroom mensch is, vol levenskracht en kinderlijken eenvoud, vol
warm gevoel voor 't ware, schoone en edele, naar die mate zal iiij
de methode in zich hebben eu in den edelsten zin des woords
onderwijzer zijn.
66.
Wie de biografiën van groote mannen heeft gelezen, moet onge-
twijfeld hebben opgemerkt, hoevelen van hen uit onaanzienlijke ge-
slachten, ja uit de laagste standen zijn voortgekomen. Wij, Neder-
landers, denken hier dadelijk aan Vondel, Borger, Jan Steen,
Rembrandt, enz. Dc armoede is als 't ware de groote orde, waaruit
van oudsher de weldoeners der menschheid zijn gesproten, en als de
groote opvoeder des mensehdoms op de volken wil werken, kiest hij zijn
gezanten nog heden ten dage dikwijls genoeg nit de lagere standen.
Weet gij, onderwijzer der armen en behoeftigen, dat ook uit uw
nederige school een geest kan te voorschijn komen, wiens naam de
gansche wereld eenmaal met eerbied en bevordering uitspreekt? Indien
gij het weet, vergeet dan niet en bedenk het dagelijks, dat de woor-
den en lessen, die nw lippen ontvloeijen, even als de geworpen steen,
niet meer in uw magt zijn; onberekenbaar is het dikwerf, welken
weerklank zij vinden en welke aandoeningen zij opwekken. Daarom:
geen waarachtig onderwijzer zal ooit met minachting op één zijner
arme leerlingen neerzien. Mij valt hierbij in, wat ik van zeker
beroemden paedagoog uit de 15® eeuw, leerling van Luther en Me-
lanehton, gelezen heb. Hij heette Friedland, ook wel Trozendorf, en
was rektor te Goldberg. Van hem vertelt men namelijk, dat hij
zijn leerlingen meermalen met de volgende woorden toesprak: „Goe-
den morgen, ministers, inspecteurs, burgemeesters, raadsheeren,
3