Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
kunnen maken. Wel is zij niet te \erachten, maar zij doet op
verre na niet alles. Konden wij in een oogwenk door onze hand-
leidingen goede onderwijzers vormen, hoe is het dan te verklaren,
dat alle onderwijzers geen goede zijn, ja, dat men soms lang te
vergeefs naar een goed onderwijzer kan zoeken? De oudervinding
leert ons dagelijks, en wij kunnen het gemakkelijk begrijpen, dat
de objectieve methode wel nagevolgd worden kan, doch dat deze
navolging volstrekt geen waarborg geeft voor die schoone uitkom-
sten, welke het onderwijs van een goed leeraar oplevert. Zullen
de resultaten hier en daar dezelfde worden, dan moet bij die ob-
jectieve methode ook nog de subjectieve komen; want eerst in
de vereeniging van beiden ligt het ware meesterschap. Zoo als
ligchaam en ziel den gelieelen mensch uitmaken ^ zoo vormt deze
verbinding den waren, ganschen onderv/ijzer. Maar dat geheimvolle
wezen der subjectieve methode laat zich niet in den boekwinkel
koopen cn niet onfeilbaar kopiëren, want het is aangeboren; ik
kan het evenmin grijpen en vastiiouden, als ik mijne natuur ver-
anderen en die mensch worden kan, welke ik eenmaal niet ben.
Was dat zoo niet, wat had dan ook de waarlijk goede onderwijzer
boven een minder goeden vooruit?
Sommigen, die men wel mefhodejagers zou kunnen noemen, schij-
nen dat niet te weten of te begrijpen. Zij gaan van de eene school
naar de andere, eu hun eenigste vraag is: „Welke methode ge-
bruikt gij? En welke handleidingen?"
Hun ontbreekt de regte wijding voor hun beroep; ze zoeken
hun innerlijke leegheid met het armzalig vijgeblad van den uiter-
lijken schijn te bedekken.
65.
Wat wij subjectieve methode genoemd hebben, laat zich alzoo noch
koopen, noch aanlceren; 't is onmogelijk, datgene te bereiken, waar-
voor ons van nature alle aanleg ontbreekt. Meni^ onzer raag dat
zwaar op 't harte vallen, maar ik kan niet anders, ik moet het
herhalen: wien de natuur niet tot onderwijzer schiep, die kau even-
min het ware meesterschap in zijn vak bereiken, als 't mogelijk is,
dat ieder schilder een Raphaël of Rubens, ieder dichter een Vondel
of Bilderdijk wordt.
Doch als wij werkelijk roeping voor onzen arbeid gevoelen, mag
ons die waarheid niet afschrikken of ontmoedigen. Blijven wij ook