Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
lievelings-onderwerpen heeft ieder mensch een goed geheugen. Tk heb
bloemen-liefhebbers gekend, die nooit een woord latijn hadden geleerd
en toch de moeijelijke, vreemde namen hunner lievelingen naauwkeu-
rig onthielden en vlug noemden. Dat lag in den lust voor de zaak.
Zonde? opmerkzaamheid geen geheugen; en waar belangstelling is, daar
is ook opmerkzaamheid.
57.
Fichte leert ergens: „'t Is vergeefs, te zeggen: vlieg! tot hem,
die geen vleugels heeft, — hij zal zich door al uwe aansporingen
geen twee schreden boven de aarde kunnen verheffen; maar ontwik-
kel, als ge kunt, de slagpennen zijns geestes; laat hij die oefenen
en krachtig maken, en hij zal zonder uwe aansporingen niets anders
kunnen of willen dan vliegen."
„Niets anders willen of kunnen dan vliegen!"
Dajir ligt de knoop; dat is de handwijzer voor alle onflerrigt. Is
de leeraar van de waarheid dier uitspraak doordrongen, dan zuEen
hem een menigte veimaningen, die dagelijks worden herhaald, als ijdele
praat voorkomen.
Eigt uw onderwijs zóó in, dat het in vorm en opklimming gelijken
tred houdt met de krachtsontwikkeling uwer leerlingen, dat het heden
steeds den weg baant voor morgen en niets zonder ^rond en verband
is, — en uw vraag: „Begrepen, kinderen?" wordt overbodig en zal
de lieve jeugd niet meer tot liegen verleiden.
Onderwijs vol eigen belangstelling en met uw gansche ziel; knoop
de leerstof aan 't leven en laat nooit de toepassing achterwege; zorg
bovenal, dat gij zelf alles goed begrepen en geordend hebt, en uw
roepen: „Opletten, kinderen!" wordt geheel onnoodig.
58.
Uw leerlingen kennen u, om zoo te spreken, spoedig van buiten.
Gij moogt u aanstellen, zoo als gij wilt, gij moogt de volmaaktste
komediant zijn, — uwe jongens en meisjes zien achter de schermen u
vlak in 'thart en merken spoedig, of gij hen en uw beroep bemint
of niet. — Gij kunt ze hard straffen, ge kunt ontzaggelijk streng
zijn; als er in uw hart liefde woont, vergeven ze u alles en denken
er geen dag langer aan. Dan behoeft gij ook niet tot vlijt aan te
manen, niet te roepen: „Doe mij dat pleizier, kinderen! ik meen
't immers goed met u!" — Dat zijn overtollige praatjes; want de