Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
Leest niets, zonder u zeiven rekenschap van 't gelezene te geven, —
zegt of schrijft niets, zonder dat gij een ander daarvan verklaring
kunt geven.
"Nog eens: zelf-denkm is het beginsel van alle waarachtige wetenschap.
61.
Laat ons nu de keerzijde van de medaille gaan bekijken.
Kunnen de examens onze jonge onderwijzers ook tot zelf-denken
dwingen? Zeer zeker. Doen zij dat overal? Nog eens onpartijdig
gesproken: neen!
Ik wil alleen in 't midden brengen, wat ik uit eigen ervaring weet.
Iu één onzer provinciën heb ik examens bijgewoond, waarop het
onderzoek naar de bekwaamheid der adspiranten in verschillende weten-'
schappen geheel werktuigelijk geschiedde, niet zelden naar een of ander
boekje, dat de examinator gemakshalve voor zich liggen had. Het
geheele examen in de taal (de opeubaring van bet cle'.tken) bestond in
het afvragen van eon heirleger van spelregels en bepalingen. Bij een
dergelijke gelegenheid werd een der adspiranten gegispt, omdat zijn
bepalngen anders luidden dan die van Brill, en ecu ander, omdat hij
de gêvraagde regels in andere volgorde noemde, dan ze in 't boekje
van den examinator stonden. — Bij een examen over opvoedkunde
hoorde ik een adspirant het verwijt van eigenwijsheid toevoegen, om-
dat hij op de deftige vraag: Wat verstaat gij door tucht? een wer-
kelijk zeer eenvoudig en fiksch antwoord gaf inplaats van de verlangde
bepaling uit het boek van Brugsma. {Eigen wijsheid, — hadden onze
jonge onderwijzers die toch wat meer, in plaats van al die vreemde
wijsheid).
Genoeg. Het walgt mij, om meer voorbeelden van dergelijken aard
op te teekenen. Ik vraag echter in gemoede: als men onze jonge
onderwijzers stelselmatig tot magazijnen van doode lettcr-wijsheid wou
maken, zou men dat beter kunnen dan door ze op dergelijke wijze
te examineren?
Behoort men zóó onderzoek te doen naar de bekwaamheid van men-
schen, die onze kinderen moeten leeren denken?
52.
Een schoolopziener, met wien ik dat punt besprak, maakte de vol-
gende , zeer ware opmerking: