Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
ongewapend, dan is uw nederlaag weldra geleden: want 's jongelings
verzuim is 's mans zwakte.
46.
V
De gaven, ons geschonken, zijn verschillend. Niet aUen kunnen
even snel voorwaarts gaan, majir vroeger of later komt de vlijtige toch
tot het doel. Genie is een gave Gods, de vlijt hangt van ons zeiven
af; 't eene is een geluk, 't andere een deugd.
47.
Het boek is een goedkoope leermeester; 't is een goede vriend,
die den sleutel vau de poort des vooruitgangs draagt; de onwetende
moet buiten staan en vergeefs kloppen.
48.
't Mag onzen moed niet verllaauwen, dat we op zoogenaamde lagere
scholen werkzaam zijn. Alle pogingen der hoogere scholen zijn vruch-
teloos, wanneer ze niet op een vast fondament kunnen steunen, door
de lagere school gelegd. De basis der akademicn zijn de elementaire
scholen; ontbreken de laatste, dan zweven de eerste in de lucht. De
boom der wetenschap groeit, evenals andere boomen, van den wortel
uit; zit deze niet vast genoeg in de aarde, dan draagt de boom bla-
deren noch vruchten.
49.
leder gedachte, ieder waarheid is altoos de emdschakel eener
keten, die vooraf in al haar schakels gekend moet worden. De jon-
geling op de hoogere school grijpt naar meer of minder van die eind-
schakels. Is hij nu niet behoorlijk onderlegd, kan hij den zamenhang
eener eindwaarheid met alle eenvoudige waarheden, waarop zij rust,
niet inzien, dan wordt zelfs de waarheid in zijn mond een ijdele klank.
Hij droomt zich op den top vau den berg der kennis, zonder regt te
weten, hoe hij daar gekomen is; hij spreekt het wachtwoord der
wetenschap uit, zonder er de enkele letters van te kunnen spellen.
Zoo ontstaat die soort van geestesnacht, die uit dikke wolken magt-
spreuken zendt en daarmeê alles w il verklaren, — die soort van ver-
warring, die zich inbeeldt diepzinnigheid te zijn, — die soort vau