Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
levenwekkend werken? Is het niet, omdat ook wij moeten strijden,
omdat wij allen, vroeger of later, in ons of buiten ons, een kamp
hebben te bestaan? Dit is 's levens bestemming, dit zijn adel: wij
moeten allen helden worden.
41.
Ik wou, dat onze onderwijzers niet alleen hunne kracht aan het
h o e of de methode wijdden, maar zich ook om de stof bekommerden.
Onze tijd zal zonder twijfel steeds meer eisehen aan den onderwij-
zer doen, en ieder, die nog leeren kan, woekere met zijn tijd.
Daartoe zij men spaarzaam met het aankoopen van boeken, die op-
zettelijk geschreven werden, om den onderwijzer voor ieder dag zijn
taak aan te wijzen, zoodat deze het gebaande pad blind en zonder
nadenken kan bewandelen. Men grijpe veelmeer naar zulke schriften,
uit wier bestudering men een grondige kennis van de stof zelve kan
verkrijgen. Ieder boek, dat den geestelijken horizon des onderwij-
zers uitbreidt, zijn weten meer diepte geeft, zijn hart voor God en
't heil der menschheid verwarmt, zijn zin voor 't edele en schoone
ontwikkelt, piaakt hem ook geschikter voor zijn beroep, om 'teven
of het boek juist voor onderwijzers bestemd is of niet. Slechts
aan 't onbeklonmiene leert men klimmen, en een boek, dat men in
eens kan doorlezen, is 't lezen, laat staan het koopen, niet waard.
42.
„Ik leii nooit alleenP' zei eens een beroemd man, eu wees daarbij
op zijn bibliotheek. En inderdaad — boeken zijn een uitmuntend
gezelschap, een gezelschap, dat men kan hebben als men wil, dat
men kan afwijzen als men verkiest, dat men kan tegenspreken,
zonder het te beleedigen. Is een boek goed, dan rijst het bij na-
dere kennismaking steeds meer in onze achting, is het slecht, dan
werpt men 't aan kant, zonder dat het ons zwart aankijkt.
Wie niet regt met boeken weet om te gaan, wie ze niet weet
te kiezen en door te lezen, mag niet in de rij staan van hen, die
de geestelijke belangen der menschheid vertegenwoordigen.
43.
Wetenschappelijke vorming, — kan daarvan ook bij den onderwij-
zer sprake zijn ?