Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
rigste verschijnselen in de huiselijke opvoeding; het zuiver dierlijke
er van hoort men niet zelden uit den mond van moeders: „ik zou
je wel van liefde willen opeten!"
Afgoderij is het, die de ouders op die wijze met de kinderen
plegen; ze aanbidden zich zeiven in hun kroost. Door niets zorgen
zij slechter voor de toekomst hunner kinderen, dan door ze te
vertroetelen. Want het leven zal nimmer handelen, gelijk zij; het
zal met ruwe hand den weekeling grijpen en hem niets geven zon-
der worsteling en strijd. En de zwakke troeteling zal zijn zwakke
ouders vloeken !
38.
Weet gij, wat de zekerste weg is, om uw kind ongelukkig te maken?
Weiger het niets. De gemakkelijkheid, waarmee al zijn begeerten ver-
vuld worden, zal dezen zoodanig doen aangroeijen, dat ge u ondanks
u zeiven vroeg of laat gedwongen zult zien, te weigeren, en die
ongewone weigering zal aw kind meer kwelling baren dan 't werke-
lijk gemis van 't begeerde. Eerst wil het uw wandelstok, dan uw
horologie, vervolgens den vogel, dien het ziet vliegen, daarna de
sterren aan den hemel, ja, alles wat het maar ziet. Wees de lieve
God zelf, en gij zult zijn begeerten niet meer kunnen bevredigen.

39.

A.ls men zegt: de mensch is zwak, wat meent men dan? Het
woord zwakheid heeft een beteekenis, afhankelijk van het wezen,
waarop meu het toepast, en is dus zeer betrekkelijk. Hij, wiens
krachten zijn behoeften of begeerten overtreffen, al was hij een
worm, — is sterk; hij, wiens begeerten ziju kracht overtreffen, al was
hij een olifant, een leeuw, al was hij een veroveraar, een held, ja
al was hij een god, — is zwak. De weerbarstige, afvallige engel,
die zijn eigenlijk wezen miskende en verloocheude, was zwakker dan
"de gelukkige sterveling, die overeenkomstig zijn bestemming in vrede
leefde. De mensch is zeer sterk, als hij tevreden is met zijn staat;
hij is zeer zwak, als hij zich daarboven wil verheffen.
40.
Hoe komt het, dat verhalen van oude heldendaden en wakkere
krijgsbedrijven op ons, kinderen des vredes, zoo verfrisschend en