Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
ontwikkeling brengt, die door Hem in den mensch gelegd zijn ? Hij
wil, dat wij Hem dienen in geest en in waarheid; want God is een
God des geestes en der waarheid. Vormt daarom den geest, want
hij is 't evenbeeld Gods; ontwikkelt de waarheid, want zij is de ge-
dachte Gods.
Het beroep van den onderwijzer is religieus in de schoonste be-
teekenis van 't woord. Hij beoogt den triomf van 't licht over
de duisternis, van 't goede over 't booze; hij beoogt de verlichting
en verbetering van zijn geslacht.
35.
De regte, levende schoolwet ligt in de borst des onderwijzers.
Verstaat hij zijn werk in den grond, is hem zijn betrekking dierbaar,
ziet hij 't gewigt er van in, dan worden uiterlijke voorschriften
voor hem slechts datgene, wat ze zijn moeten: een handwijzer naar
den weg der vrijheid en niet der slavernij. Hij blijft niet bij zijn
tijd ten achter, maar. strooit het zaad voor een schooneren tijd in
de harten der jeugd. Want de onderwijzer leeft niet voor 't heden,
maar voor de toekomst; hij is de waarborg, het pand, dat het levende
geslacht de nakomelingschap op de hand geeft.
36.
De krijgsheld valt voor 't vaderland; dat is schoon en roemvol.
Maar zijn opoffering is eigenlijk slechts een grootsch oogenblik; zijn
leven is door glans omgeven, en als hij sterft, schrijft de glorie zijn
naam op hare vanen. De onderwijzer daarentegen moet veelal zijn
schoonste dagen voor anderen in langzame ontbering opofferen; kommer-
en behoefte zien hem dikwijls uit zijne woning tegemoet, en zelden
of nooit valt de zonneschijn van roem of eer op zijn vergeten werk.
Hij heeft moed en kracht noodig, om te volharden, onverflaanwden
ijver voor 't goede en bovenal een vas/e overtuiging van 't gewigt
zijner roeping.
37.
Men vertelt van de apen, dat ze soms uit tecderheid hunne kleinen
dooddrukken. Vele ouders doen 't zelfde, zoo niet erger; ze drukken
hunne kinderen zedelijk dood. Dergelijke apenliefde is een der treu-