Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
mensohenwaarde. Wie dat meent, plaatst met beleedigende hand iu
de plaats des geloofs den spitsvondigen twijfel en miskent ^tevens
de kinderlijke natuur, voor welke 't geloof aan de wijsheid des opvoe-
ders een behoefte is. — De opvoeder, die zijne bevelen van gronden
vergezelt, ruimt daardoor tevens aan tegengronden een plaats in, en
zoo wordt zijne betrekking tot den kweekeling valsch. Deze betreedt
het veld der onderhandelingen en stelt zich met den opvoeder gelijk;
maar met zulk een gelijkheid verdraagt zich in geenen deele de
eerbied, zonder welken geen opvoeding gedijen kan. Wie overigens
gelooft, slechts met een zoogenaamd vrije gehoorzaamheid liefde te
kunnen verwerven, die verkeert in grove dwaling, want hij miskent
de kinderlijke behoefte, om zich aan den sterke te onderwerpen. Is
de gehoorzaamheid in 't gemoed, zegt ons een dichter, dan «al de
liefde niet verre af zijn.
Slechts zeer langzaam wordt de kweekeling zóó zelfstandig, dat
hij uit overtuiging begint te gehoorzamen; dat hij het goede begint
te doen, omdat het goed is en het kwade begint te laten, omdat
het kwaad is.
24.
Hoe dikwijls hoort men een moeder zeggen: „Wacht maar! van
morgen af zult ge alle dagen dit of dat doen en hier of daar bijge-
houden worden; maar de docbter weet opperbest, wat het te beduiden
heeft, en dat dit „morgen" nimmer komt. Niet zelden zegt een
onderwijzer: „Van nu af zult gij alle dagen dit of dat werk doen;
van nu af zal dit of dat niet weêr gebeuren, en als 't weêr gebeurt,
dan..... enz. enz." — Maar is de eerste drift voorbij, dan blijft
alles bij 't oude, en de kinderen hebben niets meer te vreezen.
Jongens en meisjes schrijven even slecht als vroeger, houden zich
als van ouds lang onder weg op en komen heden als gisteren te laat.
En toch is standvastigheid een magt van belangrijken invloed,
zonder welke geen opvoeding gedijen kan, zonder welke de achting
ontbreekt, die de kweekeling voor het gebod des leeraars hebben
moet. De consequentie oefent als uitvloeisel van een vast karakter
grooten invloed uit op jong en-oud, zij onderwerpt zelfs het dier.
25.
Waarin bestaat de consequentie; wat is haar eigenlijk wezen? Zij
bestaat hierin, dat men steeds naar dezelfde beginsels handelt en dus