Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
getijden gevat; zachtkens gaan ze in elkander over, en het kind gaat nieê
zonder één grooten sprong; ieder afdeeling breidt het weten uit door
nieuwe beelden en vormen. Ieder dag heeft zijne drie leeruren, de
morgen, middag en avond, en ook deze drie alleen; maarzij wisse-
len met eeuwig jonge bekoorlijkheid af en geven het leven van den
kleinen leerling steeds frissche prikkels. Daar tusschen liggen de
vrije uren van den donkeren, zwijgenden nacht, die het boek lang-
zaam sluit en het van 't leeren moede en toch leergrage kind in
zijne armen neemt en het laat droomen over 't geen zijn opvoedster
tot hem gesproken heeft. En altijd herhaalt zich de cursus, eeuwig
de oude en toch altijd nieuw, en met iedere herhaling wordt het
oude helderder en uitgebreid door 't nieuwe, dat er zich bij aan-
sluit en er op volgt, als de vrucht op den bloesem.
22.
En wat zijn wij volwassenen in dat leerplan? Wat anders dan zeiven
slechts leerstof voor de kleinen, dan enkele beelden in 't onmetelijk
prentenboek, dat de natuur voor 't kind openslaat? Laat ons niet
te veel roemen op onze zelfstandige, wijsheidvolle inwerking! Ik
geloof, we mogen blij zijn, als we 't leerplan der natuur niet door onze wijs-
heid bederven; laten we ons liever inniger er bij aansluiten, vol
vrome, vertrouwende liefde en stille hoop. Wie doet dit? Wie komt
de leer der natuur met een liefdevol hart te gemoet? 't Is de moeder.
Zij sluit den lieveling in hare armen en denkt daarbij niet aan ijdele
plannen; ze neemt hem op, zoo als hij is, en werkt op hem door
'tgeen zij is. Zij wordt niet moede in het leeren zonder bepaald
doel en in ondoorgrondelijke lie^e. „Waarom zie 'k mijn beeld in
uw oogappel?" vraagt het kind op den schoot zijner moeder. „Omdat
ik u eeuwig in 't hart draag, daarom kijkt ge mij de oogen uit,"
is het antwoord. Ja, zoo is 't, en de vrome, liefdevolle moeder is
daardoor niet alleen de bruikbaarste helpster van de eerste leermees-
teres, moeder natuur, maar zij is ook het edelste voorbeeld voor
ons, onderwijzers. Leert van eenvoudigen het eenvoudige!
23.
ïot de misgeboorten eener slecht begrepen philantropie behoort
de meening, dat er bij gehoorzaamheid inzigt van den kant des
kwcekelings noodig is, en dat blinde gehoorzaamheid strijdig is met