Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
11
varen en iedere teregtwijzing ongevoelig aau deu mau te brengen:
dat alles eischt een helder hoofd, een ijzeren consequentie, een
krachtige zelfbeheerscliing.
De ware, edele populariteit is nioeijelijk te verkrijgen. Niet zoo
die, welke in gemeenheid wortelt, iu plaats van in achting. Wie
met ieder dagdief uit ééne flesch drinkt, wie in de gelagkamer bij
kaartspel en jeneverglazen vriendschap sluit of bij scherts de lach-
spieren in plaats van de harten treft, ja, die wordt ook populair,
en aanvankelijk juicht de groote hoop hem toe, want hij geneert zich
niet en is zijns gelijke. Doch zulke populariteit rust op laagheid;
plotseling verzinkt onze volksman in 't niet, en zij, die nog pas hem
prezen, zien naar de zwaarste steenen rond, om op den gevallene
den eersten worp te doen.
20.
Wees natuurlijk. Dat beduidt niet alleen: handel overeenkomstig
uwe natuur, uw eigen karakter, dus ongekunsteld, — maar ook: handel
zoo als de natuur; neem haar tot voorbeeld bij uw werk. De natuur,
die groote leermeesteres, heeft een vriendelijk gelaat; ze spreekt in
eeuwig zich vernieuwende wisseling; bij haar zijn woord en begrip
in gestadige eenheid, en de levendmakende kracht der aanschouwing
ontbreekt nimmer. Ze dringt zich niet op; ze stoot niet af door
vreemde voornaamheid, maar komt altoos als een welkome kinder-
vriendin en spreekt tot de jeugd met eeuwig maagdelijke frischbeid.
Bij haar is niets dood en stijf, niets koud of geleerd, alles heef
leven, een frisch, vrolijk leven, en spreekt een verstaanbare taal.
Ze is niet veranderlijk van humeur,of wankelmoedig. Zij blijft zicli
altijd gelijk en belooft slechts, wat zij houden kan. Eu wat ze het
kiud leert, dat kan hij aanstonds in zijn eigen klein leven gebruiken,
nu tot vreugde, dan tot scherts; en alles, wat heden geleerd wordt,
sluit aan dat van gisteren en- baant den weg voor morgen. En 't
schoonste van alles is, dat dit leeren zoo ongedwongen geschiedt, en
dat de kleine scholier naar school gaat en leert, zonder er ook maar
't geringste van te vermoeden.
21.
De methode der natuur is niet minder schoon dan haar leerplan.
Vier groote hoofdafdeelingen zijn in de gouden lijsten der vier jaar-