Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
een stoffelijke afstand van hen noodzakelijk, die ons verheven voor-
beeld, het ideaal onzer navolging en bewondering zullen blijven.
16.
Het kind wil gaarne alle begrippen vau volkomenheid, die het
gedurende zijn kort leven verkregen heeft, op een bepaald individu
overdragen en daarin verligehamelijkt zien. Het kiest dan in 't bijzon-
der den onderwijzer tot drager van het goede, en het staat bij
hem vast, dat deze alle deugden in zich moet vereenigen.
Mogten alle onderwijzers dat met zorg overwegen en het ziclv
iederen morgen in 't geheugen roepen. Mogten ze niet vergeten,
dat het luist dit phantasierijke, vrome geloof der jeugd is, dat hun
werk verligt en hun voorbeeld zegenrijk maakt. De wereld doel
genoeg, om den kleinen dat schoone geloof te ontrooven: zullen de
onderwijzers ook nog het hunne doen, om ligtzinnig 't fondament
te schokken, waarop hun opvoedingswerk voornamelijk moet rusten?
17.
Een waar kindervriend zegt in zijne veel gelezen schriften: „Er
kan tusschen onderwijzer eu leerlingen geen ongelukkiger verhouding
zijn, dan wanneer er twijfel ontstaat aan de kennis van den eerste."
Wij voegen er bij, dat die verhouding driewerf ongelukkig en vloek-
waardig voor opvoeding en onderwijs is, wanneer er twijfel aan de
zedelijke waarde des onderwijzers in de kinderzielen rijste Is't ver-
trouwen in dit opzigt verloren of slechts wankel geworden, dan verliest
ook het schoonste, waarste woord zijn invloed, dan missen lof en
berisping hun doel, en wat liefde en achting vrolijk zouden gedaan
hebben, wordt nu slechts door ijzeren dwang en ouder hartklop-
pen verrigt.
Ja, er behoort veel toe, om in den volsten, edelsten zin des
woords onderwijzer te zijn, en we willen 't gaarne bekennen, dat
wij allen verre beneden 't ideaal blijven. Ons doen is slechts men-
schenwerk, en maar al te vaak beantwoordt het gevolg slechts onvol-
komen aan onze pogingen; doch wij mogen niet vergeten, dat we
voor onzen \v i 1 instaan moeten, en dat ons gezegd is; „Wee den-
gene, die deze kleinen ergert!" — Woorden zijn goed, maar daden
zijn beter; en waar een zedelijke wil is, daar zal ook de daad niet
ontbreken, die wel aan aardsche onvolkomenheid mank -gaat, maar