Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
„Bedriegt mij niet, leidt mij op geen dwaalspoor, gij menselien!
Ik ben immers zoo sterk nog nist, om door eigen kracht den regten
weg te vinden!"
13.
Hoe dikwerf ligt niet in 't kinderoog eeu oordeel over volwassenen!
Gij spreekt, gij doet, bijv. wat n voor 't oogenblik 't beste lost.
Gij wendt u om eu bemerkt, dat uw kind tegenwoordig is. Zijn
blik is zoo wonderlijk op u gerigt. Op zijn open gelaat teekent
zich bevreemding, verbazing, 't Is de onschuld, die reeds 't voor-
gevoel heeft, dat het niet goed was, wat vader zei, wat moeder
deed. 't Is een regtspraak, die 't kinderoog over de ouders houdt,
en is dit oordeel niet treffender, ernstiger dan vele andere, die de
menschen over elkaar vellen, — de menschen, die zooveel redenen
hebben, lankmoedig jegens elkaar te zijn?
14.
Het toekomend geslacht zit voor den onderwijzer op de school-
banken. Dat geslacht is als de aarde in de lente: 't wacht slechts
op den zaaitijd. Maar van de zaaijing hangt de oogst af, de oogst
voor eeuwen misschien. Een woord, dat in 't jeugdig harte valt,
geeft daar misschien een rigting aan voor 't geheele leven, ja soms
voor duizende levens daarna. Want de gedachte is oneindig; zij
telt hare nakomelingen tot in het duizendste lid, tot aan het einde
der dagen.
15.
De onderwijzer heeft boven de ouders 't groote voordeel, dat
het kind hem minder dikwijls en alleen onder omstandigheden van
zuiver geestelijken aard ontmoet. Daardoor bewaart hij gemakke-
lijker die heilzame stralenkroon, welke eiken indruk dieper en duur-
zamer maakt.
Het kind ziet hem uitsluitend in de school, niet echter, zoo als
vader en moeder, beladen met de zorgen voor 't dagelijksch brood,
niet in de bevrediging van aardsche, stoffelijke behoeften, niet in
en met die uitbarstingen, die nood of hartstogt veroorzaken, niet
met al het aardsche vuil, dat zich als kwalm om de heldere, witte
vlam der liefde ophoopt. Gelijk de echo immer schoouer wordt,
hoe verder de roepende er van verwijderd is, zoo is voor ons ook