Boekgegevens
Titel: De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Auteur: Leopold, Martinus
Uitgave: Groningen: J.M. Wolters, 1866
Wageningen: A. van der Veen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 643 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204925
Onderwerp: Pedagogiek: pedagogiek: algemeen, Onderwijs: onderwijs: algemeen
Trefwoord: Pedagogiek, Onderwijs
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De opvoeding in school en huis: korte stellingen, wenken en meeningen, vreemde en eigene
Vorige scan Volgende scanScanned page
als kind altoos, en tranen kwamen hem in de oogen, wanneer men
het ook slechts schertsenderwijze ontkende.
Gelukkig de school, waar de onderwijzer een sterke eik is, waaraan
zich de kinderziel als het klimop vast kan hechten, om hemelwaarts
te stijgen. Maar zoo als geen eiloof zich om een ijsberg slingert,
zoo kleeft geen kinderziel aan een ijskoud, liefdeloos hart; en waar
dus den opvoeder de liefde ontbreekt, is alles bedrog en huichelarij.
6.
Den onderwijzer heeft men menigmaal toegeroepen: Daal tot de
kinderen af; word kind met uwe leerlingen, als gij het kinderhart
besturen en vormen wilt! Men heeft hem daarbij steeds gewezen
op het voordeel, dat daaruit voortvloeide voor zijne kweekelingen.
Maar ik zou hem gaarne bovendien toeroepen: Word kind, als gij
zelf onder kinderen gelukkig wilt leven; geef door den omgang met
frissche, vrolijke kinderzielen die innig weldoende, die wonderbaar
heiligende, die waarachtig verkwikkende stemming aan uw eigen hart
terug, welke de onverbiddelijke, koude ernst des levens u ontroofde!
Onderwijzers, die altijd klaagt over de ondankbaarheid van uw arbeid,
over de miskenning van uw werk, — wat raakt u de lof der wereld,
als gij uw belooning in u zeiven vindt? Gij vordert dankbaarheid
van anderen, en gij ziet voorbij, dat gij zeiven dikwijls zooveel
verschuldigd zijt aan de onbedorven zielen, waarin ge uw blik hebt
geslagen. Alle waarachtige opvoeding moet van terugwerkende kracht
zijn, en de vrucht dier terugwerkende kraeht, opvoeders der jeugd,
dat is uw schoonste belooning. Of acht ge deze vrucht gering?
Gaat heen; gij zijt uw geluk niet waard!
7.
Word kind! En ach, opvoeder, die dat niet kunt, treed terug
van uw zwaar, gewigtig werk, zeg ronduit, dat gij geen roeping
gevoelt voor de verheven taak der opvoeding, maar veins niet! Hui-
chel geen kinderzin, waar niets bestaat dan laiFe winzucht of eenig
ander onedel beginsel. Verlaag uw grootsche roeping niet tot een
afgerigt apenwerk. De jeugd is de schoonste poezie des levens, een
heerlijke poezie, vol diepe beteekenis! Gij, die haar niet begrijpt,
die haar weldadigen invloed niet aan uw harte gevoelt, laat af met
uw onwaardige handen, bezondig u niet aan heiligscliennis. Pries-