Boekgegevens
Titel: 250 rekenkunstige voorstellen, opgegeven bij acte-examens voor hulp-onderwijzers
Auteur: Jong, S. de; Roest, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1869
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 681 D 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204909
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   250 rekenkunstige voorstellen, opgegeven bij acte-examens voor hulp-onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
5: □ of als □: VVs- Hoeveel maal is de som dier getallen in
het verschil van de helft Iiunner kwadraten begrepen?
19. Als een rentenier zoo weinig interest geniet, dat hij be-
sluit ^/g van zijn kapitaal tegen V4 Vo j^if^i's meer uit te zetten,
en de rest V4 Vo "^i^it^er, brengende zijne rente alzoo van 4800
gld. op ƒ 5000; wat genoot hij vroeger dan ten honderd?
20. Iemand heeft een regenbak, die eene diepte van 2 el 2,5
palm, en eene breedte van 8 palm heeft. Als die bak vol water
is, en hij dat water voor 6 cents de emmer verkoopt, kan hij er
even zoo goed / lO^g uitmaken, als wanneer hij voor een emmer,
die 2 kan grooter is, 1,5 stuiver neemt. Men vraagt: a. Hoe
lang zou die bak zijn? b. Hoeveel kan houdt ieder emmer in?
21. Hoeveel is de hoegrootheid der volgende uitdrukking:


573 ' ^85/ 37J
22. Twee vrienden kregen elk eene erfenis. De eerste kocht
voor het ^^ van de zijne een huis roet tuin; de tweede besteedde
het Vs ^^^ zijn geld tot den aankoop van een stuk land, waarna
beiden een even groot kapitaal overhielden. Ze zetten het tegen
5^/2 'sjaars uit, en hadden na 8V3 niaand ƒ 916,0 rente te
deelen, Hoe groot is nu de som , die zij te zaraen hebben geërfd ?
23. Een graanhandelaar heeft eene partij rogge, die hij in
tweederlei zakken doet. Met de geheele partij kan hij 300 van
de kleinste zakken vullen, doch als hij enkel de grootste soort
gebruikt, zou hij er maar 180 noodig hebben. Nu vult hij 100
zakken van de kleinste soort, en voor de rest gebruikt hij van iedere
soort evenveel. Hoeveel zakken heeft hij nu in 't geheel noodig?
24. Een slager verkocht een vet varken ƒ 5 5, met 10 winst.
Had hij per pond 2,3 cent minder gemaakt, dan zou hij 4^0
verloren hebben. Hoe zwaar was het varken?
25. Hoeveel bedraagt de gezamenlijke oppervlakte van 3 ku-
ben, waarvan de zijden tot elkander staan als 4, 5 en 6, als
een vlak der middelste kube een □ palm groot is?