Boekgegevens
Titel: 250 rekenkunstige voorstellen, opgegeven bij acte-examens voor hulp-onderwijzers
Auteur: Jong, S. de; Roest, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1869
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 681 D 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204909
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   250 rekenkunstige voorstellen, opgegeven bij acte-examens voor hulp-onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
geuiet ^/g van de winst. Hoeveel geld heeft B geleverd om in 8
maanden, het overige van de winst te genieten?
231. Als men 104° 18' 46'^/g" in zeven deelen verdeelt-, waar-
van er 6 aan elkander gelijk zijn, en het zevende slechts van
een der overige bedraagt, hoe groot is dan elk deel?
232. Iemand moet een breuk verkleinen. Door onduidelijk-
heid vergist hij zich en neemt den noemer 12 te groot. Nu be-
komt hij in plaats van Welke is die breuk?
233. Iemand staat midden op een regthoekig stuk land, waar-
van de oppervlakte 4800 vierk. roeden is, en waarvan de breedte
tot de lengte staat als 3 : 4. Hoe lang is de kortste regte weg
en hoe lang de langste regte weg, om buiten dit land te geraken?
234. Van een gelijkbeenigen driehoek is de som der opstaande
zijden 10 palm en de inhoud 12 □ palm. Hoe lang is de loodlijn?
235. Een graanhandelaar verkocht evenveel garst als haver.
Hij ontving van de garst zoo menigmaal ƒ 8 als van de haver
ƒ7. Plad hij echter de haver 90 ets per mud duurder verkocht,
dan zou de liaver zoo menigmaal ƒ 8 hebben opgebragt, als de
garst ƒ 7. Wat kost ieder mud afzonderlijk?
286. In een vat, welks bodem 6 palm diameter heeft, en
waarin hefc water 5 palm hoog staat, werpt men eenige levende
visch, waardoor het water P^^lin i'yst. Hoeveel Ned. ponden
visch is er in geworpen, als men rekent, dat die visch l^^ maal
zoo zwaar is als water?
237. Een regenbak, lang 2 en breed el, is vol water;
zoo men den emmer voor 3 centen verkoopt, brengt de bak 30
gldt op, evenzoo als men den emmer, die 1 kan kleiner is, voor
2^2 cent verkoopt. Hoe diep is die bak?
238. A en B hebben geld op interest uitgezet. A 2 maal zoo-
veel als B, A tegen 37» en B tegen ^oNa verloop
van 10 maanden ontvangen beiden voor kapitaal en interest in
alles ƒ 2967. Hoeveel interest heeft A meer ontvangen dan
239. Iemand verkoopt zoo menigmaal 12 ^ voor ƒ 48, als
16 ^ voor ƒ 60.80 , en wint daarop evenveel: in het geheel ƒ 192.
Hoeveel ^ heeft hij verkocht?
240. Een koopman geeft zijnen factoor ƒ 1000 om daarmede