Boekgegevens
Titel: 250 rekenkunstige voorstellen, opgegeven bij acte-examens voor hulp-onderwijzers
Auteur: Jong, S. de; Roest, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1869
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 681 D 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204909
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   250 rekenkunstige voorstellen, opgegeven bij acte-examens voor hulp-onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
206. Iemand koopt 2 soorten van linnen; de eerste soort de
27.2 f^l voor 37.2» de tweede soort de 473 el voor 374 gld. Van
de duurste soort koopt hij 10 el meer dan van de andere en te
zamen voor ƒ 100. Hoeveel el heeft hij van elke soort gehad?
207. Men vraagt de waarde van x te berekenen in de volgende
evenredigheid:
Vb.
3.5 ' 37^ 12 '
208. B heeft goederen uit de eerste hand gekocht en verkoopt
die met 10 ^o winst aan C. Deze heeft er 5 gulden kosten op,
en zet ze daarna weder af met 1272 7o ^ii^st voor ƒ315. Wat
heeft B dan bétnald?
209. In 10 maanden heeft het kapitaal van A een interest
aangebragt gelijk aan 724 kapitaal. Had het 7^ V^^-
hooger 's jaars uitgestaan, dan zou het in die 10 maanden ƒ 27,50
meer hebben opgeleverd. Hoe groot was het kapitaal, hoe hoog
de interest ten honderd?
210. In een bakje 1,6 palm lang cn 1,5 palm breed, waarin
water staat ter hoogte van 1,3 palm, wordt een kubus ge-
legd, die 1,2 palm lang is. Hoe hoog zal bet water in den
bak rijzen?
211. Eene jufvrouw trekt alle weken 17 gld. rente van een
kapitaal, dat tegen 4,25 pCt. 's jaars uitstaat. Hoe groot is die
som, en tegen hoeveel moet zij die later uitzetten, om in het
jaar 130 gld. meer ts kunnen verteeren?
212. Welke is van de volgende drie breuken dc grootste:
6 17
—, - en ^/c en hoeveel is de bedoelde breuk grooter
dan ieder der andere?
213. Een meisje, dat 4689 met. zeker getal meest vermenig-
vuldigen , zette de rij der tientallen op de plaats der eenheden
^ en kreeg er 65646 uit. Als gij nu weet, dat het cijfer dertien-
tallen 4 groo^er is dan dat der eenheden, vraagt men wat er
moest uitkomen?
214. Wanneer het pond van zekere waar voor ƒ 2.37^ wordt
verkocht, verliest een koopman 5 op eene partij, die 1000 gld.