Boekgegevens
Titel: 250 rekenkunstige voorstellen, opgegeven bij acte-examens voor hulp-onderwijzers
Auteur: Jong, S. de; Roest, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1869
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 681 D 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204909
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   250 rekenkunstige voorstellen, opgegeven bij acte-examens voor hulp-onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
187. Iemand verliest '/a en 8 gulden en daarna
van de rest het gedeelte min 5 gulden, waarna hij nog 80
gld. overhoudt; hoeveel gulden heeft hij gehad? (Zonder algebra.)
188. P koopt 800 pond tabak ä 36 ets. het pond, te beta-
len over 6 maanden; na 4 maanden verkoopt hij die partij voor
ƒ 294 en rekent alzoo 25 "/o i" jaar te winnen. Hoeveel
maanden erediet heeft P gegeven?
189. De heer K heeft een tuin, die 336 el omtrek heeft,
terwijl de lengte tot de breedte staat als 4 : 3. Midden door
dien tuin loopt in de lengte eene dubbele rij boomen, die 2,35
el van elkander staan, terwijl de eerste en laatste boom 1 el van
den omtrek zijn geplaatst. Hoeveel boomen zijn er in die laan ?
190. Een kapitaal van 16000 gld. wordt uitgezet, gedeeltelijk
tegen 4'/2, gedeeltelijk tegen 43/^ en brengt alzoo ƒ 736 inte-
rest op. Hoeveel is er tegen 4'/2 en hoeveel tegen "/g
uitgezet ?
191. A legt / 2000 in den handel en voegt er na 4 maan-
den nog 750 gld. bij; B die met hem in eompagnie doet, legt
ƒ 3000 in. Bij het einde des jaars ontvangt B ƒ 40 meer van
de winst dan A; hoeveel hebben zij dan te zamen gewonnen en
hoe groot is ieders aandeel?
192. Eene zamengestelde breuk, waarvan teller en noemer,
7V|5 verschillen, is, in eene tiendeelige breuk uitgedrukt, 0,6.
Hoeveel malen wordt de zamengestelde breuk kleiner, als men
den noemer met 2^/3 vermeerdert?
193. X is aan y schuldig ƒ 3000 a 4 "/q te betalen over 8 mnd.
en ƒ 4500 ä 5V3 »/(,. Na 97^ maand doet X de beide kapita-
len tegelijk af, waardoor geen van beiden nadeel lijdt; over hoe-
veel maanden moest het tweede kapitaal betaald worden ?
194. Een koopman verkoopt 1250 pond suiker a 4072
het pond en wint dan 127^ "/q- Hoeveel zou hij gewonnen
hebben, als hij ƒ 15 minder had ontvangen?
195. Iemand bestelt een rijtuig, doch daar de koetsier 72
uur na den bepaalden tijd er nog niet is, gaat hij den weg op,
wandelt 1 uur ver en gaat dan in eene herberg wachten, waar het
rijtuig hem achterop komt, nadat hij er 10 minuten heeft geze-