Boekgegevens
Titel: 250 rekenkunstige voorstellen, opgegeven bij acte-examens voor hulp-onderwijzers
Auteur: Jong, S. de; Roest, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1869
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 681 D 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204909
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   250 rekenkunstige voorstellen, opgegeven bij acte-examens voor hulp-onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
derd. Wanneer men deze veranderde breuk omkeert, wordt zij
maal grooter. Wat was de oorspronkelijke breuk?
178. Zoek de enkelvoudige en zamengestelde deelers van
27027.
179. Drie kooplieden drijven handel. A geeft / 14000 voor
11 maanden, B ƒ 16500 voor 7 maanden en ƒ 7700 voor 10
maanden. Hoeveel komt ieder toe in de 9000 gld., die zij winnen?
180. Wat zal men moeten betalen voor 25 balen rijst, ieder
van 109®/g kilo met 4 tarra tegen 20'/a cent het kilo, als
men 1 ®/q korting geniet voor prompte betaling?
181. De som van teller en noemer eener onverkleinde breuk
is 777 , vereenvoudigt men haar zooveel mogelijk, dan wordt die
som 37. Telt men bij den teller en bij den noemer der onver-
kleinde breuk den grootst gemeenen deeler op, dan wordt zij
= V-2- vraagt naar de verkl, en onverkl. breuk.
182. E is aan F schuldig ƒ 4000 a 4V2 % te betalen over
lO-^/s maand, en ƒ 5400 a 4 "/o te betalen over maand.
Wanneer kan E die sommen te gelijk aflossen, zonder dat één
van beiden er schade bij lijdt?
183. Van eene erfenis, waarvan 10 "/g successieregten be-
taald is, krijgt iemand gedeelte, zoodat hij, zijn geld a 4
uitzettende, maandelijks ƒ 75 interest ontvangt. Hoe groot was
die erfenis?
184. In een tuintje, in den vorm van een regthoek, die 25
el lang en 20 el breed is, wordt op 2 el afstand van den om-
trek, een pad aangelegd, dat Vj^ el breed is. Hoeveel vierk.
ellen is dat pad groot?
185. A en B kunnen te zamen een werk afmaken in 24 da-
gen. Nadat zij tien dagen bezig zijn geweest, komt C, die al-
leen het werk in'60 dagen doen kan, hen 10 dagen helpen;
waarna A en B het ten einde brengen. In hoeveel dagen zal
het werk gereed zijn?
186. T(vee kooplieden handelen te zamen en winnen ƒ 432.
A, die ƒ 1500 inlegt voor 8 maanden, ontvangt ƒ 240 van de
winst; wanneer B zijn geld 6 maanden in den handel gehad
heeft, hoeveel heeft hij dan ingelegd?