Boekgegevens
Titel: 250 rekenkunstige voorstellen, opgegeven bij acte-examens voor hulp-onderwijzers
Auteur: Jong, S. de; Roest, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1869
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 681 D 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204909
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   250 rekenkunstige voorstellen, opgegeven bij acte-examens voor hulp-onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
15 5. Als men van den noemer eener breuk 1 aftrekt, wordt
die breuk gelijk aan en als men bij den noemer 1 optelt®/,,.
Welke breuk wordt hier bedoeld?
156. Iemand, die een zekere som voor een jaar heeft uitge-
zet, ontvangt kapitaal en interest na verloop van dien tijd terug.
Was zijn interest "/s Vo geweest, dan zou hij ^/^^o van
hetgeen hij nu ontvangt, minder hebben en zijn winst zou 21
gld. minder zijn. Hoe groot is zijn kapitaal en hoeveel de inte-
rest ten honderd?
157. A brengt 5000, E 6000 en G 7500 gld. in dèn han-
del. De behaalde winst verdeelen zij in reden van de getallen
7, 6 en 9. De som der maanden, die zij in den handel ge-
weest zijn, is 36. Hoe lang heeft ieder gehandeld?
158. C heeft de helft zijner koopwaren voor 3,68 gld. het
pond verkocht, en de tweede helft voor 2,88 gld. Als hij bij
den eersten verkoop 15 gewonnen heeft, hoeveel verloor
hij dan bij den laatsten ?
159. Twintig personen moeten 520 gld. zoodanig deelen,
dat elke volgende 2 gld. meer krijgt dan de voorgaande. Hoe-
veel krijst dan de eerste?
160. De verkoop van eene partij laken bedraagt van den
inkoop en het geheele verlies is gelijk aan den verkoop van 137ii
el. Uit hoeveel ellen bestond de geheele partij?
(7,195 + 3,5!f2 X — 0,205^52/3
161. Herleid : ^-—----.
3,03 X 3%
162. Zoek de enkelvoudige en zamengestelde deelers van 12012.
163. Drie personen moeten den interest deelen, die 25000
gld. a 4 's jaars, in 9 maanden opbrengt. Het deel van A
staat tot dat van B als 4:3, dat van B tot dat van C als
2 : 3^/3. Bereken ieders aandeel.
164. Eene breuk wordt vermenigvuldigd, met eene andere,
van welke de teller 5 maal en de noemer 7 maal grooter is.
45
Het product dezer breuken is YYg' breuken zijn het?