Boekgegevens
Titel: 250 rekenkunstige voorstellen, opgegeven bij acte-examens voor hulp-onderwijzers
Auteur: Jong, S. de; Roest, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1869
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 681 D 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204909
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   250 rekenkunstige voorstellen, opgegeven bij acte-examens voor hulp-onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
gulden. Dat land levert lieiu 28 mud tarwe per bunder op , die
hij verkoopt ä 1] gld. het mud. Het zaaijen en de verdere be-
werking heeft hem 400 gld. gekost, en de lasten zijn 24 gld.
's jaars. Hoeveel pCt. heeft hij nu van zijn geld getrokken?
146. K moet aan L betalen 3000 gld. over 9 mnd., met de
rente a 5 's jaars; en nog 2500 gld. over 6 mnd., waarvan
hij 4 pCt. 's jaars betalen moet. Als K nu beide sommen te ge-
lijkertijd wil voldoen, wanneer kan dat dan zonder iemands na-
deel geschieden?
147. Een partijtje koopwaren gekocht niet 6 tarra en 2'/2°/o
korting a 0,80 gld. het pond netto, wordt betaald met ƒ 659,88.
Uit hoeveel pond bestond de geheele partij?
148. Aan eene kuip zijn drie kranen. Door de eerste kan de
kuip gevuld worden in 3 uren; door de tweede kan zij leêg loo-
pen in 6 , en door de derde in 8 uren. Als de kuip half vol is,
en de kranen allen tegelijk worden opengesteld, na hoeveel tijd
zal die kuip dan tot op van de hoogte gevuld zijn?
149. Zekere breuk wordt door omkeering l''/,g maal zoo groot.
De som van teller en noemer is 81. Men vraagt naar die breuk?
130. M betaalt evenveel voor 200 « als N voor 187Vä 'S
De prijzen per pond verschillen 5 centen. Hoeveel kost dan het
pond van elk hunner?
151. A heeft 10 maanden gehandeld met 6000 gld., B 8
maanden met 7000 gld. Als A 60 gld. van de winst meer ge-
niet dan B; hoeveel pCt. 's jaars kunnen zij dan gerekend wor-
den, gewonnen te hebben?
152. Trekt men van den teller van zekere breuk 1 en van
den noemer IV7 af, dan blijft de waarde dezelfde. Het verschil
tusschen teller en noemer is 5. Welke is die breuk?
153. Voor 4400 IE, gekocht a ƒ 0,75 het pond, wordt be-
taald 3000 gld. Hoeveel pCt. tarra heeft men genoten, als zij
boven en hoeveel als zij beneden het honderd gerekend wordt?
154. D en E kunnen zeker werk te zamen in 6^/3 dag verrig-
ten; D en E in 7Vä dag en E en F in S'^/, dag. Als zij het nu
gezamenlijk afmaken en na voltooiden arbeid 72 gld. ontvangen;
hoeveel komt dan elk daarvan toe?