Boekgegevens
Titel: 250 rekenkunstige voorstellen, opgegeven bij acte-examens voor hulp-onderwijzers
Auteur: Jong, S. de; Roest, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1869
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 681 D 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204909
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   250 rekenkunstige voorstellen, opgegeven bij acte-examens voor hulp-onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
i'èea.Sonooimuseum:
\ Anistecdam ■
loopt een kwartier voor, het andere in dcnzellden lljil eëll^LUlf-' '
uur achter. Men vraagt: a. na hoeveel tijd zullen zij weer het-
zelfde uur aanwijzen; b. na hoeveel tijd zullen zij 3 uren ver-
schillen ?
129. Van een onverkleinde gebiuikelijke breuk is het verschil
tusschen teller en noemer 81; na de verkleining is dit verschil 3.
terwijl het verschil tusschen den verkleinden cn onverkleinden
teller 208 bedraagt. Welke breuken worden hier bedoeld?
130. B. heeft twee even groote kapitalen uitstaan; het eerste
brengt a 5 's jaars in 8 maanden 66^/3 gulden minder op
dan het andere a i'/a % 'sjaars in 10 maanden; hoe groot is
ieder kapitaal?
131. Iemand koopt een partij tabak met 4 tarra en 5 ®/g
korting voor prompte betaling; als men deze laatste korting be-
neden of boven 't honderd rekent, geeft dit een verschil van 8
gulden. Zoo het pond netto 70 cents kostte, hoeveel heeft de
partij dan bruto gewogen ?
132. Een steeuhouder moet een steen, die l^g el lang,
93/g palm breed en S'/i palm dik is, geheel glad schaven: als
hij eiken dag vierk. el vordert, hoeveel dagen zal hij dan
noodig hebben?
133. Vermenigvuldigt men van een zamengestelden breuk den
noemer met "/ia • 5; en de teller is ^'/aa kleiner
dan de noemer; met welk getal moet men den teller vermenig-
vuldigen om 5 te krijgen?
134. De weg van A. naar B. is 6 mijlen lang; een hard-
looper vertrekt uit A. en legt 3 ellen in eene seconde af, hoe-
veel ellen zal hij een spoortrein, die van A. afrijdt cn 12 ellen in
e3ne seconde aflegt, op het oogenblik, dat deze vertrekt, vooruit
moeten zijn, om tegelijk met den trein te B. aan te komen ?
135. Een rentenier is gewoon ieder jaar 1 zijner inkomsten
aan de armen te geven en berekent dan nog 24,75 gulden per
week te kunnen verteren. Van zijn kapitaal staat 74 gedeelte uit
tegen 4 en de rest tegen 3 ®/o; ^loe groot is dat kapitaal?
136. Iemand verkoopt de el linnen met 88^/5 ®/o winst en
1% ondermaat voor 1,12 gulden, hoeveel bedroeg de inkoop?