Boekgegevens
Titel: 250 rekenkunstige voorstellen, opgegeven bij acte-examens voor hulp-onderwijzers
Auteur: Jong, S. de; Roest, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1869
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 681 D 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204909
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   250 rekenkunstige voorstellen, opgegeven bij acte-examens voor hulp-onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
398 X 37 , in aanmerking nemende dat deze getallen staan in
het elftallig stelsel en breng de uitkomst in het tientallig over.
■120. Bereken de waarde van: + 5.83 - 30 X
43/3:6
121. Iemand verkoopt de el laken voor 5,70 gulden en
wint dan zooveel cents op de el, als hij er stuivers voor betaald
heeft; hoe hoog zal hij den prijs moeten stellen om zooveel ten
100 te winnen als de el hem kwartjes kost?
122. Voor 720 gulden heeft een timmerman eene IV2 el
hooge schutting gezet om een tuin, die 25 el lang en 16 el
breed is. Als de tuin met dezelfde oppervlakte vierkant geweest
ware, hoe hoog kon dan de timmerman de schutting naar even-
redigheid voor denzelfden prijs maken?
123. A. vertrekt 4 uren voor B. uit eene stad. A. legt 4*/2
mijl, B. 5 mijlen per uur af; hoeveel uren na het vertrek van
B. zal deze A. 1 mijl vooruit zijn?
124. Van den teller eu den noemer eener onverkleinde breuk
is de grootst gemeene deeler 8. De tellers der onverkleinde en
der verkleinde breuk verschillen 3 5 en de som van den onver-
kleinden en den verkleinden noemer bedraagt 108. Men vraagt
naar beide breuken.
125. E. is aan F. schuldig 16200 gulden ä 5 7o betalen-
over 8 maanden en 12800 gulden a 4 te betalen over 9^/g
maanden. E. wil echter deze beide kapitalen met den interest
te gelijk afdoen, wanneer moet dit geschieden, opdat geen van
beide schade lijden ?
126. Een koopman koopt 4000 pond suiker a 75 cents het
pond en betaalt daarbij nog eenige onkosten. Bij den verkoop
wint hij 127^ ®/o <ioch hij zou 20 gewonnen hebben, als
hij geen onkosten bad gehad. Bereken hieruit hoeveel de on-
kosten bedroegen ?
127. In een bak l^« cl lang, 8 palm breed staat het water
4V2 pivlm hoog; er wordt een stuk ijzer ingeworpen van 450,5
pond; hoeveel zal het water in den bak stijgen als er gegeven is,
dat ijzer 7,208 maal zwaarder is dan water?
128. Een horologiemaker heeft twee uurwerken; het een