Boekgegevens
Titel: 250 rekenkunstige voorstellen, opgegeven bij acte-examens voor hulp-onderwijzers
Auteur: Jong, S. de; Roest, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1869
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 681 D 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204909
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   250 rekenkunstige voorstellen, opgegeven bij acte-examens voor hulp-onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
9
53. Drie menschen nemen een werk aan, dat zij te zamen iii
20 dagen afmaken. Als nu A. en C. er 13 dagen aan werken
en B. het overige in 30 dagen doen kan; in hoeveel dagen kan
B dan het geheele werk verrigten ?
56. Vier en zestig cuben, ieder van 216 vierkante duimen
oppervlakte, worden zoo op en naast elkander geplaatst, dat zij
te zamen een grooten kubus vormen. Bereken nu den inhoud en
de oppervlakte van dien grooten cubus.
57. Vier personen hebben 7700 gulden zoodanig te deelen,
dat viermaal het deel van A.- zesmaal het deel van B,-aehtmaal
het deel van C,- cn tienmaal het deel van D. hetzelfde product
oplevert. Hoe groot is ieders aandeel?
58. Van eene meetkundige evenredigheid is de som der voor-
gaande termen 36 en de som van de termen der tweede reden 70.
Welke is die evenredigheid als de som der volgende termen 90 is?
59. Drie langwerpig vierkante kisten, wier inhouden tot el-
33
kander staan als de getallen 13, 16 en 27; kunnen te zamen 3 —-
40
3,25
last graan bevatten. Als de kleinste 1 el lang en 80 centimeters
breed, de tweede 12 decimeters lang en 8 palm breed en de
grootste 150 decimeters lang en 900 millimeters breed is; hoe
hoog is dan iedere kist?
60. Een boer verkoopt eene koe voor 154 gulden met 10 °/o
winst. Als hij nu voor het pond 3%2 cent minder ontvangt dan
zou hij 5 verloren hebben. Hoe zwaar weegt dan die koe?
61. Iemand trekt van een kapitaal, groot 10000 gulden, jaar-
lijks: (lOVsX Ve + 9 per-
° ^^ U ^ /c/
cent. Hoeveel kan hij ieder kwartaal verteren ?
63. Wanneer men eene onvereenvoudigde breuk omkeert en
22
haar dan op die omgekeerde breuk deelt, wordt zij 3-maal zoo
^ ° •'49
groot. Welke breuk wordt hier bedoeld?
63. Een regiments-kleermaker ontvangt tot het maken van een
getal uniformen 253 meters laken, dat hij krimpt, waarna hij