Boekgegevens
Titel: De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Auteur: Visser, W.H. de; Top, J.D.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897
3e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1233
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204893
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Vorige scan Volgende scanScanned page
93
weer evenveel steken zjjn als op den enkel. Uaarna breit
men den rechten voet, die volgens berekening ongeveer
tweemaal zoolang is als de minderingvoet. De rechte
voet wordt ook wel een vierkant lang gebreid Men kan
den geheelen voet ook zooveel naadjes lang breien als
er steken op de wreefnaald staan. Op den voltooiden
voet breit men den teen, die ook weer verschillend
kan zijn.
KLEINE HIELEN.
I. De achuine kleine hiel.
Hiervoor breit men na den grooten hiel geëindigd te
hebben, op de averechtsche naald drie steken voorbij het
middennaadje, mindert, en breit nog een averechtschen
steek; daarna wordt het werk omgekeerd, de rechte steek
afgehaald, weer drie steken voorbij het naadje gebreid,
dat nu niet meer gemaakt wordt, overgehaald en een
rechte steek gemaakt. In den volgenden toer wordt van
den laatstgebreiden en den daarop volgenden steek de
mindering en de overhaling gemaakt; men gaat voort,
totdat alle steken van den hiel gebruikt zijn. (Zie
fig. 91.)
II. De rechte of Engelsche kleine hiel.
Voor dezen hiel breit men na het middennaadje de helft
der steken — 1, mindert dan en keert het werk om. Zoo
ook op de rechte naald de helft der steken — 1, voorbij
het naadje en dan overhalen, — Doordat er nu geen steek
nagebreid wordt, komen de minderingen recht boven elkaar
en de hiel is vierkant. (Zie lig. 92.)
III. De kleine hiel niet eene klink.
De kleine hiel met de klink wordt begonnen als de