Boekgegevens
Titel: De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Auteur: Visser, W.H. de; Top, J.D.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897
3e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1233
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204893
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Vorige scan Volgende scanScanned page
91
door degenen, die. het breien verstaan, volgens een model
zeer gemakkelijk gebreid worden.
DE KOUS.
Eene kous bestaat uit twee deelen, het heen en den met.
Onderdeelen van het been zijn: de hoord, de knie, de hnt
en de enkel.
Onderdeelen van den voet zjjn: de hiel (bestaande uit
grooten en kleinen hiel, de minderingi'oet, de rechte voet en
de teen.
Ue wijdte van de kous hangt natuurlijk af van de dikte
van het been, waarvoor ze bestemd is. Heeft men geene
maatkous voor de wijdte, dan kan men ze zelf zoeken. Men
meet met een centimeter het been boven de knie, breit met
de te gebruiken stof op een opzetsel van zes of acht steken
eenige toeren en meet dan de breedte van het gebreide lapje.
Daardoor kan men zien hoeveel steken er op één centimeter
gaan, en dit aantal met het aantal centimeters van de wijdte
van het been vermenigvuldigend, verkrijgt men het totaal
der opzetsteken.
Wil men een sterk randje aan de kous hebben, dan zet
men breiend op en breit dan het zoogenaamde muizentundje.
Hiervoor breit men eerst zes toeren recht, daarna één toer
omslaan, overhalen, hierop zeven toeren recht. Wanneer
dit gedaan is, vouwt men het werk dubbel en breit de lussen
van het opzetten en de steken der kous samen; boven dit
muizentandje breit men dan de kous.
Dit boord is willekeurig van lengte, gewoonlijk van 30 tot
40 toeren.
De knie is even lang als breed, dus een vierkant. Wil
men de kous boven de knie dragen, zonder ingebreide knie,
dan maakt meu ze ook wel anderhalf vierkant lang.
In de kuit vallen de minderingen. Gewoonlijk mindert
men '/. van het aantal opzetsteken weg en breit dan -/s
van de minderingen om de 4 naadjes en '/g om de drie.