Boekgegevens
Titel: De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Auteur: Visser, W.H. de; Top, J.D.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897
3e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1233
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204893
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Vorige scan Volgende scanScanned page
90
steken naast elkander breit; dan drago men zorg bij den
overgang van de rechte op de averechtsche steken den draad
naar voren te brengen en hem bij den overgang van averechts
op recht weer naar achter te slaan.
Om de vereischte vormen aan het breiwerk te geven, moet
men dikwijls minderen en ook wel meerderen.
Het minderen kan op drie manieren gebeuren.
1". door twee rechte of twee averechtsche steken op de
gewone manier samen te hïeien-,A\t\s\\Qt eigenlijke minderen.
2". door eenen steek af te halen, een volgenden te breien
en den eersten afgehaalden steek over den tweeden te halen;
dit is het zoogenaamde overhalen.
3°. door eenen steek af te halen, daarna twee steken samen
te breien of te minderen en den afgehaalden steek over de
mindering te halen; dit is het dubbel-minderen, aangezien er
met deze bewerking twee steken minder komen.
Het meerderen kan ook verschillend zijn.
1®. kan men van één steek twee steken maken, door er
een rechten en een averechtschen steek in te breien.
2". kan men meerderen door het opnemen van de rechter-
of linkerhelft van eenen steek uit eenen vorigen toer, b. v.:
[n de enkele klink van de linkervoorhelft van eenen borstrok
moet men de rechterhelft opnemen van den steek en in de
rechterklink de linkerhelft van den steek.
3". kan men den draad, tusschen twee steken in, om de
naald slaan en in den volgenden toer en in die lus een steek
maken; door deze laatste wijze van meerderen verkrijgt men
gaatjes, b. v. in het strookje van eene vrouwenmuts.
Heeft men al deze bijzonderheden geleerd, dan kan men
tot het breien van kleedingstukken overgaan. Het meest al-
gemeen gebruikte kleedingstuk, dat door middel van breien
vervaardigd wordt, is wel de kous, daarom willen we die het
eerst behandelen ; daarna volgen de sok, de borstrok, mutsen,
de want- of duimhandschoen en de gewone handschoen.
Andere kleedingstukken als: broeken en rokken, kunnen