Boekgegevens
Titel: De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Auteur: Visser, W.H. de; Top, J.D.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897
3e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1233
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204893
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Vorige scan Volgende scanScanned page
89
Het opzetten met een' opzefdraad kan met een' enkelen en
dubbelen opzetdraad geschieden.
Voor het opzetten met een enkelen opzetdraad neemt men
een eind katoen of wol van de vereischte lengte en maakt
daar, waar het aan het kluwen vastzit, een lus op een' brei-
naald; daarna slaat men den opzetdraad van achter naar
voren om den wijsvinger van de linkerhand, neemt met de
breinaald den draad, die achter aan zit op, terwijl men hem
links voorbij den voorsten draad haalt en maakt dan met
den draad van het kluwen eene steek. Door den opzetdraad
met den duim en den wijsvinger van de linkerhand aan te
trekken, zit de steek vast. Dezelfde bewerking zet men voort,
totdat men het verlangde aantal steken heeft.
Wil men het opzetsel wat steviger hebben, b. v. bij borst-
rokken of wollen goederen, dan neemt men den opzetdraad
dubbel; maar volgt dezelfde bewerking.
Het kan evenwel gebeuren, dat men al breiende, voor
knoopsgaten of in sommige patronen, nog eenige steken moet
opzetten ; dit kan men doen, door den draad, waarmee men
aan het breien is, als festonsteken van rechts naar links om
de naald te werken ; daarvoor slaat men den draad van
voren naar achter om den wijsvinger van de linkerhand,
neemt dan den achtersten draad links van den voorsten op
de naald en hecht dan den steek aan.
Met een van deze opzetsels kan men het breiwerk be-
ginnen.
Zooals reeds gezegd is, kunnen in het breiwerk rechte en
averechtsche steken voorkomen; deze worden niet op dezelfde
wijze gemaakt. Voor de eerste steekt men de naald van boven
naar onder in den steek en haalt zoo den draad, die van
achter naar voren om den steek geslagen wordt, er door.
Voor de tweede soort steekt men de naald van onder naar
boven door den steek, slaat den draad van voren naar achter
om de rechterbreinaald heen en haalt hem zoo door den
steek. Het gebeurt dikwijls, dat men reclite en averechtsche