Boekgegevens
Titel: De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Auteur: Visser, W.H. de; Top, J.D.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897
3e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1233
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204893
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Breien.
Voordat men breien ican toepassen in het vervaardigen
van icleedingstukken, dient men de verschillende benamingen
en bewerkingen, die bij het breiwerk voorkomen, goed te
begrijpen. Iedere lezeres van dit handboek zal wel als kind
gebreid Jiebben en weten, wat steken en toeren zijn. De
steken worden onderscheiden in rechte, averechtscJie en ver-
draaide steken. Alvorens evenwel aan het breien te kunnen
gaan, moet het breiwerk opgezet worden. Dit kan op ver-
schillende manieren gebeuren.
Voor de meeste opzetsels meet men van het katoen of de
wol, waarmee men breit een eind af, dat berekend wordt
naar het aantal op te zetten steken ; gewoonlijk voor elke
Fig. 89.
20 steken de lengte van een breinaald. Dit is evenwel niet
noodig voor het eenvoudige opzetsel nl. het zoogenaamd
breiend opzetten. Hiervoor maakt men een' lus of steek op
een breinaald, steekt een tweede breinaald in dien steek,
slaat den bijhangenden draad over den steek en haalt hem
er door ; er wordt een tweede steek gevormd, wanneer men
de doorgehaalde lus weer op de eerste naald neemt. Zoo
gaat men voort, totdat men het verlangde aantal steken heeft.