Boekgegevens
Titel: De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Auteur: Visser, W.H. de; Top, J.D.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897
3e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1233
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204893
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Vorige scan Volgende scanScanned page
87
meer samengestelde letters, als A U V W X en Z.
De trek- of hoofdletters worden niet altijd op de lagere
school onderwezen.
Voor het merken van lakens, sloopen, vingerdoekjes, ser-
vetten en halsloeken gebruikt men den gaatjessteek. Deze
steek is 4 draden hoog en 4 draden breed. Het sterretje,
door dezen steek gevormd, vertoont zich aan beide zijden
gelijk. Het kan op 2 wijzen gewerkt worden; van het mid-
delste gaatje naar buiten, of andersom. Elke steek bestaat
uit 4 draden in horizontale en verticale, en 4 in schuine
richting. (Zie tig. 84 en 85).
Alen mag nooit eenen hulpsteek gebruiken. De dubbele
Fig. 87. Fig. 88.
kruissteek wordt zeer zelden gebruikt. Deze steek vertoont
zich aan beide zijden als een kruisje. Hierbij zijn hulpsteken
noodig. Een hulpsteek gaat altijd uit het midden van het
kruisje naar een der hoekpunten. (Zie fig. 87.)
De ruitjes- of oogjessteek vertoont zich aan den eenen
kant als een ruitje, aan den anderen kant als een kruisje.
Vau hulpsteken kan men hierbij weèr gebruik maken. Soms
gebeurt het, dat men 2 of 3 malen over een der zijden van
het ruitje moet steken; reden waarom deze steek niet ver-
kieslijk is. (Zie fig. 88.)