Boekgegevens
Titel: De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Auteur: Visser, W.H. de; Top, J.D.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897
3e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1233
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204893
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Wij gefigureerde stoften kan f^^^èaaddU bij den inslag
wordt gevoegd dezelfde kleur hebben als die v:aa de^^ inslägy
doch zich daarvan onderscheidenbijzondéren
als bij gebrocheerde witte katoerfcn, die gebr^l^ Soï^^ir^Öor'
Chemisetten, kindernachtjaponnetj^ en schorten.
De Duitschers liebben in de laaWu jal'Ün u]j het gebied
van nuttige handwerken veel geschreven en geteekend; in de
Duitsche scholen werd het onderwijs in de handwerken al
veel eerder klassikaal gegeven dan bij ons. Men kende de
inetiiode van Schallenfeldt, die geheel op het geven van klas-
sikaal onderwijs gebaseerd is; door platen wist mevrouw Schal-
lenteldt haar onderwijs duidelijk te maken, Kene I [ollandsche
bewerking van genoemde platen met weglating van eenig
breiwerk, dat de Duitschers in meer variatie kennen dan wij
en met de uitbreiding ervan door eene plaat voor het naaien
is bij den lieer Tjeenk ^Viliink (hxter overgegaan in handen
van W. J. Tiiieme te Zutphen) door mej J.D Top uitgegeven.
Xevens bovengenoemde Duitsche vronw heeft zich op het
gebied van handwerken ook beroemd gemaakt mevrouw Emilie
I5ach , die als hoofd van eene uitgebreide industrieschool te
Weenen èn aan de nuttige èn aan de fraaie handwerken veel
verbetering heeft tot stand gebracht.
Dat de kunst van weven hij alle volken der oudheid reeds
zeer vroeg bekend was, bewijzen talrijke schriftelijke oorkon-
den en gedenkteekenen der kunst, alsmede het feit, dat bij
naq^enoeg allen de uitvinding aan de goden wordt toegeschre-
ven. De handeling van het weven ontstond van zelf uit het
vlechten. In Keltische graven heeft men nog zeer ruw be-
werkte wollen stoffen gevonden, die zonder weefgetouw moeten
gemaakt zijn. Bij de oude volken was een verticale ketting
regel, zoodat de wever staande moest arbeiden; by de Kgyp-
teuaren werden ook horizontale weefstoelen gebrnikt. De aard
<ler stoffen, die de verschillende volken voor luinne weefsels
kozen, was van belangrijken invloed op het karakter en de
ontwikkeling van hunne kunst; zoo het stijve en gladde linnen