Boekgegevens
Titel: De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Auteur: Visser, W.H. de; Top, J.D.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897
3e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1233
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204893
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Vorige scan Volgende scanScanned page
82
plaatst men de knoopjes. Men merkt eene sloop onder den
bovenzoom, rechts van den rolnaad.
Fijne sloopen worden aan den onderkant wel eens met
kanten of geborduurde tusschenzetsels versierd en aan den
overslag wordt dan eveneens kant of borduursel genaaid. In
enkele gevallen zet men om de sloop aan de vier zijden kant.
Zulke sloopen worden niet gemerkt, doch in het midden
geborduurd.
HANDDOEKEN.
Handdoeken worden van pellen en damastgoed vervaar-
digd. Zij zijn 90 cM. lang en 0.85 cM. breed. Afgepaste
handdoeken zijn met randen geweven ; zij hebben dus eene
bepaalde grootte. Niet afgepaste hebben altijd de breedte
van 85 cM. en de lengte wordt dan naar verkiezing genomen,
doch nooit langer dan 1 M. Zij worden met rol- of dubbele
zoomen gemaakt. Men merkt een handdoek onder den zoom,
binnen den rand en rechts aan den zelfkant. Tot het bedde-
goed rekent men ook de beddenboezelaars of schorten, die
de meid bij het afhalen en opmaken van een bed over hare
eigene schort draagt. Voor de netheid maakt men die van
linnen, dat 1.20 M. breed is. Men neemt dan 1 M. voor de
lengte. Van boven en van onderen wordt de schort gezoomd;
in den bovenzoom rijgt men eenen band, zoodat die zoom
als schuif gebruikt wordt.
HÜISHOUDGOED,
ïot het huishoudgoed rekent men voor de kamer noodig
te hebben: tafellakens, servetten, dekservetten, vingerdoekjes,
thee- en glazendoeken, stofdoeken en messendoekjes.
Onder een stel tafelgoed verstaat men 1 tafellaken, 6 servet-
ten, 6 vingerdoekjes en 1 dekservet alles van dezelfde teeke-
ning. In den regel neemt men van alles het dubbele, omdat
een huisgezin vaak uit meer dan 6 personen bestaat. De
grootte van een tafellaken is moeilijk te bepalen. De kleinste