Boekgegevens
Titel: De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Auteur: Visser, W.H. de; Top, J.D.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897
3e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1233
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204893
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Vorige scan Volgende scanScanned page
80
als die, waarvaa het bed is gemaakt. Ongeveer 8 M. stof
van 85 cM. breedte heeft men voor dien zak noodig. Dezen
lap knipt men in de lengte in 2 gelijke deelen, waardoor
2 lappen van 4 M. lengte bij 0,85 M. breedte ontstaan. De
breedte dier lappen verbindt men door een' stiknaad, zoodat
men dientengevolge weer één lap van 4 M. lengte bij 1,08 M.
breedte heeft. Vonwt men dezen lap op den averechtschen
kant dubbel, zoodat de zelfkanten ter lengte van 2 M. ieder,
op elkander komen, dan stikt men de zelfkanten aan iedere
zijde weer dicht. 3Ien heeft nu een' zak, waarvan alleen de
rafelzijde nog open is. Men keert den zak om, doet het bed
er in en naait de vooraf ingeslagen rafelkanten met over-
iiandsche steken dicht. In ieder der 4 hoeken van den zak
heeft men 2 vetergaten gemaakt, waardoor de veters, die aan
de 4 hoeken van het bed zijn, worden gestoken en dichtge-
strikt, om het draaien van het bed in den zak te voorkomen.
Is de beddezak gestreept, dan behooren de streepjes van den
peluwzak evenwijdig te zijn met de streepjes van den bedde-
zak. Men kan de rafelkanten van den beddezak ook omzoo-
men en dan door middel van banden, op 20 cM. afstand van
elkander geplaatst, sluiten.
Beddelakens worden van linnen en katoen van enkele of
dubbele breedte gemaakt. Door dubbele breedte verstaat men
eene breedte van 1.70 M. IJeeft men enkele breedte (0.85 M.),
dan heeft men voor een laken 4.8 M. a 5 M. stof noodig.
Deze lap wordt in de lengte in 2 gelijke deelen geknipt en
deze helften door een' overhandschen- of door een' stopnaad
aan elkander verbonden, üe zoomen, waarmede de rafel-
kanten worden afgemaakt, verhouden zich in de breedte als
1 : 3. Onder den breeden zoom, rechts van den zelfkant,
wordt een laken gemerkt. Voor lakens van eene dubbele
breedte heeft men 2.4 a 2.5 M. stof noodig. Er is linnen
van meerdere breedte dan 1.7 M. Dit komt weinig in den
handel voor en men moet het in den regel afzonderlijk aan
de fabriek opgeven, waar het dan geweven wordt. Voor