Boekgegevens
Titel: De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Auteur: Visser, W.H. de; Top, J.D.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897
3e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1233
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204893
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Vorige scan Volgende scanScanned page
77
zijde van ongeveer 40 cM. lengte. Aan den onderkant der
pijp naait men den band op den rechten kant van de pijp
op 3 a 4 cM. afstands van het beensplitje; deze band is
van de lengte van den anderen band.
Als de ruimte boven aan de broek door de plooitjes erin
te leggen tot de wijdte van den boord is teruggebracht,
wordt deze er op gezoomd met den breedsten kant van den
boord op de voorzijde van de broek en later aan den bin-
nenkant overgezoomd.
De broek wordt aan den achterkant van den boord bij
het splitje gemerkt.
OVERHEMDEN.
Deze worden nog minder dan onderbroeken genaaid. In
den regel koopt men ze onder den naam van Engelsche hem-
den , genaaid in eenen confectiewinkel. De zoogenaamde
kielen of boezeroenen, die door werklieden worden gedragen,
komen genaaid in den handel voor. Eenvoudige, witte over-
hemden, waarover men losse frontjes of chemisettes draagt,
hebben denzelfden vorm als zulk een kiel.
De stofbreedte is 85 cM. en de lengte van den romp 80
cM. Op dezelfde wijze als een manshemd worden zij geknipt,
doch in plaats vau een borstsplit, dat gezoomd wordt, maakt
men het split door belegstukken van 5 cM. breedte af.
Het verschil tusschen een hemd en een overhemd bestaat
hoofdzakelijk in de stof, den vorm der mouwen, de soort
naden waarmede het genaaid wordt en het halsstuk, dat van
een overhemd veel overeenkomst heeft met dat van eene
nachtjapon. De stof is fijn Fransch katoen, de mouwen zijn
wijder dan van een hemd en de naden zijn corsetnaden.
CORSETSÏUK.
Dit komt niet veel voor, maar soms maakt men corsetlijfjes
voor kinderen, waarin heupklinken, en diemeten borstrokken
voor volwassen personen, waarin borst en heupklinken voor-
komen. Om een klink ergens in te zetten, neemt men een