Boekgegevens
Titel: De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Auteur: Visser, W.H. de; Top, J.D.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897
3e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1233
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204893
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Vorige scan Volgende scanScanned page
73
komen. De in tweeën gevouwen reep wordt langs de vouw
van den romp gelegd en met een fijn festonneersteekje op
1 cM. afstand van elkander op den romp gehecht. Wordt de
reep ingekuipt, dan hecht men den reep van het hoekje tot
het armsgat; wordt hij niet ingeknipt, dan hecht men hem
ook midden over het hoekje heen. Daarna wordt do reep
plat op den romp gelegd, aan de lengtezijden ingeslagen en
op den romp gestikt. In het hoekpunt, waar de romp heel
sterk moet zijn, wordt de ingeknipte reep op het hemd ge-
festonneerd. Voor het opzetten van den halsboord wordt de
halswijdte ingehaald, tot de wijdte van den boord terugge-
bracht eu in 4 gelijke deelen verdeeld. Op de schouders en
midden op den rug zijn de eindpunten van die deelen ge-
legen. De iialsboord wordt in de helft verdeeld; liet midden
van den boord komt op het midden van den rug ; van de
ruimte van het midden van den boord tot aan den inslag
meet men 2 cM. af, die de breedte vau het knoopsgat voor-
stelt ; hetgeen er dan overblijft wordt in tweeën gevouwen.
Het deelpunt van die ruimte komt op den schouder van het
hemd en het einde vau den boord op het zoompje van het
borstsplit. Tengevolge van deze verdeeling is de afstand van
den inslag van den boord tot den schouder grooter, dan die
van den schouder tot op het midden van den rug ; dit ver-
schil is echter noodig, omdat het hemd bij het sluiten over
elkander en niet tot elkander wordt afldfagofeijje halsboord
wordt op dezelfde wijze als de <^<^dboöi-d'op dè mouwen
wordt genaaid, op den romp vau'Héé'h'eind bevestigd.
Manshemden naait men met ^r^. .öü, 60 of indien zij •
fijn zijn met garen 70. Omdat een heai'd'/te^.uaaTen een werk^
is van langen duur, zou men op de lagere"«cli.o6t'jiiet
overleg één hemd door 2 kinderen kunuen laten maken.
Terwijl het eene kind aan eene mouw begint, zou het an-
dere aan den romp kunnen beginnen en daaraan kunnen
naaien één zijnaad, één zoom van onderen, het halve borst-
plit en één beensplithoekje. IJij omwisseling zou dan het