Boekgegevens
Titel: De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Auteur: Visser, W.H. de; Top, J.D.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897
3e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1233
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204893
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Vorige scan Volgende scanScanned page
67
worden, liet is om diezelfde reden moeilijk op te geven,
hoeveel stof men voor een hemd noodig heeft. De onder-
staande teekening geeft de maat op van een groot hemd.
Koopt men voor de lengte van het hemd 2.1 M. stof, dan
heeft men voor de verschillende deelen nog 1 M. noodig.
Volgens bijgaande teekening blijft er van dien Meter nog
een groot stuk over, zoodat men op de 6 hemden 2 M. stof
minder dan 6 X 3.1 = 18.6 M. behoeft te koopen.
Men gebruikt ook wel stof van 1 M. breedte en knipt
dan langs den zelfkant de halve wijdte van de mouw, ter
breedte van 16 a 18 cM. er af. Men kan de mouwen van
het hemd uit de reep knippen, die in de breedte van den
romp is afgeknipt, zoodat men behalve den lap voor den
romp nog voor 2 hemden '/j stof behoeft te koopen.
Voor elk hemd gebruikt men dan '/j M. hoogte en de halve
breedte van genoemden lap, voor oksels, hals- en handboor-
den, enz. Men koopt breedere stof altijd voor het voordeel;
in verhouding toch zijn de breedere weefsels altijd goed-
kooper dan smalle stoffen.
Het borstplit van een manshemd is 30 cM. en de been-
splitten zijn 25 cM. lang.
Het hemd wordt gemerkt onder het borstplit, dat vooraf
smal is gezoomd en van een spilletje is voorzien of evenals
een vrouwenhemd met reepen is belegd. Ook merkt men het
hemd wel bij het hoekje van het rechterbeensplit.
Om een manshemd te maken, knipt men al de daarvoor
benoodigde deelen en naait dan eerst de mouwen. Daartoe
zet men den oksel met eenen rolnaad aan de lengtezijde
der mouw ; dan wordt de mouw dicht genaaid en die zijde
van het oksel aan den mouw bevestigd, die wanneer het
oksel naast de mouw ligt, met dezen eenen rechten hoek
vormt, b. v. A B C D mouw, B E F G oksel. B E is eerst
aan de mouw gezet met de stiksteken op de mouw ; dan
de mouw dicht genaaid en de zijde EG van den oksel aan
de mouw bevestigd; ook hier stikt men op de mouw en
6 *