Boekgegevens
Titel: De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Auteur: Visser, W.H. de; Top, J.D.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897
3e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1233
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204893
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Vorige scan Volgende scanScanned page
"O,

' //.
■•■'i O
Het W.eveil^,^-
(Jin geweven stofFeu te vervaardig^7--Ueeft iiieii een toe-
stel , den weefstoel of het weefgetouw , noomg^^dat of door,
middel van handen en voeten, öf door stoom, water icrf4],icht-'
drukking in beweging gebracht wordt. Het eigenlijk weefsel
bestaat uit twee stellen van draden, die elkander rechthoekig
kruisen. De draden in de lengterichting van het doek heeten
kettimidradeH^ het geheele stel kettin;/ of scheri»;/; die, welke
in de breedte loopen, heeten iiisJagdrcuhn, het geheele stel
daarvan inslag. Bij de effen of plat geweven stof, zooals ge-
weven linnen of lijnwaad , liggen de evenwijdig gespannen
kettingdraden voor de een helft boven, voor de andere onder
de inslagdraden, zoodat deze laatste de eene helft van den
ketting (d. i. dus van het geheele stel kettingdraden) bedek-
ken, tersvijl zij zelve door de andere helft des kettings bedekt
worden , waarbij men op te merken heeft, dat voor twee
naast elkander liggende inslagdraden de beide helften van
den ketting verwisselen, d. i. wat bij den eenen inslagdraad
de bovenliggende helft is, wordt bij den anderen de onder-
liggende en omgekeerd. De onderlinge verbinding der draden
geschiedt dus geregeld, zoowel wat inslag als ketting aangaat,
om den anderen, waarbij iedere afzonderlijke draad een kron-
kelenden ot golvenden loop neemt. Tot deze soort weefsels
behooren : linnen, katoen , de gewone irollen doeken en htf.
Van de Ijjnwaadachtige stoffen onderscheiden zich Aq gekeperde,
bij welke in plaats van één soms onderscheiden kettingdraden
afwisselend boven en onder den inslagdraad liggen, en meer
dan twee lagen van den inslag onder elkander afwisselen.
Bij het eigenlijke keper ontstaan door deze verbindingswijze
schuins loopende lijnen; bij ntlas of satijn worden deze door
den „vlot" liggenden kettingdraad bedekt, en op die wijze
aan het oog onttrokken.
Gebloemde of gefigureerde stoffen ontstaan door eene niet
gelijkmatig afwisselende draadverbinding, zoodat het patroon
1 *