Boekgegevens
Titel: De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Auteur: Visser, W.H. de; Top, J.D.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897
3e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1233
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204893
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Vorige scan Volgende scanScanned page
65
en de zak van onderen met eenen Engelsehen naad genaaid,
of ook wel gestikt op 3 c.M. afstand van den rafel van
onderen en dan weder naar den zak omgeslagen en er tegen
gezoomd. Van boven wordt hij van het eind van den rolnaad
af smal beginnend gezoomd, tot op eene breedte van 4 a 5
cM. Eindelijk komt er een boordje op, nadat er in de voor-
en achterhelft een paar plooitjes zijn gelegd. Deze plooitjes
liggen aan den buitenkant van den zak; de richting der
plooitjes is van het zaksgat af. Zie fig. 68. Men merkt den
zak midden op het boordje aan den achterkant.
MANSHEMDEN.
Manshemdeu worden gemaakt van linnen, zwaar gebleekt
en ongebleekt katoen, dat in den regel eene breedte heeft
van 85 cM. Men berekent voor den romp noodig te hebben
2 M. tot 2.10 M., dat dubbel gevouwen in de lengte, ook
de lengte van het hemd aangeeft. Neemt men het hemd van
achteren 10 cM. langer dan van voren, dan kan men 10 cM.
stof minder nemen. Behalve uit den romp bestaat een hemd
nog uit de mouwen, den halsboord, de handboorden, de mouw,
de hals en beensplitoksels en soms uit een borstbelegstuk. "Wil
men enkel de mouwen uit de breedte knippen, dan hebben
deze eene breedte van 42'/2 cü- bij eene lengte van 45 tot
50 cM. Men neemt eerst van de stofbreedte wel eens de
schouderreepen af ter breedte van 6 a 7 cM.; het overblij-
vende is dan de breedte van de beide mouwen. De mouw-
oksels zijn van 12 tot 15 cM. in het vierkant; de schouder-
oksels 8 tot 10 cM. en de beensplitoksels 5 a 6 cM. Elke
schouderreep is 25 tot 30 cM. lang en 6 a 7 cM. breed. De
handboorden zijn 20 tot 25 cM. lang en 6 tot 8 cM. breed.
Zie fig. 69. De halsboord heeft dezelfde breedte als de hand-
boorden, doch is tweemaal zoo wijd als de handboord. Met
opzet geven wij voor elk deel van een hemd twee maten op.
Het kleinste getal kan dan voor kleinere personen, het
grootste daarentegen meer als algemeene maat aangenomen
De Visser & Top , Nuttige Handw. 3e druk. 5