Boekgegevens
Titel: De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Auteur: Visser, W.H. de; Top, J.D.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897
3e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1233
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204893
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Vorige scan Volgende scanScanned page
62
zoom van 2 cM. afgemaakt. Wenscht men ruimte in de
schort van boven, dan neemt men voor de halsbreedte niet
af of hh, maar if en kd, terwijl de wijdte van onderen
dezelfde blijft. De ruimte aan de halszijde wordt ingehaald
en er een boordje van bepaalde wijdte op gezet. De zoom
van onderen aan eene schort is van 3 tot 5 cM. breedte,
ïer versiering naait men aan den hals, aan het armsgat en
soms ook van onderen aan de schort borduursel of puntjes.
Is het goed breeder, b. v, 1,40 M., dan kan er meer ruimte
in de schort komen, wat een eleganter, vlugger model geeft.
Een schort wordt gemerkt onder het armsgat aan den
binnenkant op een lintje, of aan den halsboord.
Dames- of lage schorten bestaan uit gekleede schorten en
schorten, die men onder het verrichten van huishoudelijke
bezigheden draagt. De laatste maakt men van grijs linnen, of
bont gekleurd katoen. Soms bestaan zij uit een ruitvormigen
lap, waarvan één hoekpunt naar boven, het tegenoverliggende
naar beneden en de beide andere naar achteren gedragen
worden. Met eene schuif er in, of een band er om, worden
zij om de taille vast gemaakt.
Voor een huishoud- of keukenschort heeft men 2 M. stof
noodig van 85 cM. breedte. Hiervan rekent men 20 cM.
van de lengte voor het lijfje. De overblijvende 1,8 M. wordt
in 2 gelijke helften verdeeld, waarvan 1 stuk wordt gebruikt
voor de voorbaan en het andere evenals de baan van eenen
rok waaruit men de geeren knipt, in twee geervormige deelen
wordt verdeeld. De voorbaan heeft van boven der stof-
breedte en van onderen de geheele stofbreedte. De schuine
zijde van eene zijbaan wordt met eenen Engelschen naad
aan de voorbaan verbonden. Nadat de naden zijn genaaid
wordt de schort een weinig uitgehold en van onderen bij-
gerond. Het lijfje, dat den vorm heeft van de volgende
teekening, wordt door plooitjes van 2 cM. diepte en der
hoogte van de plaats, waar zij zijn aangebracht, in de taille
nauwer gemaakt. Zie fig. 66. Een boordje verbindt schort