Boekgegevens
Titel: De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Auteur: Visser, W.H. de; Top, J.D.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897
3e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1233
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204893
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De nuttige handwerken: handleiding ter beoefening der nuttige handwerken, hoofdzakelijk voor haar, die zich voor het examen wenschen te bekwamen
Vorige scan Volgende scanScanned page
54
niet den vorm van eene geer voor een hemd, maar dien van
een scheefhoekig trapezium. De mouwen worden zoo ge-
knipt, dat er 2 uit eene stofbreedte komen. Zij zijn 45 a
50 cM. lang. der stofbreedte (34 cM.) is de wijdte van
de mouw van onderen, eu •"'/-, of 51 cM. de wijdte van boven.
Wordt eene nachtjapon gemaakt van goed met een werkje,
dan kan men uit eene stofbreedte maar ééne mouw gebrui-
ken, omdat dan het patroontje van de 2® mouw anders loopt
dan van de eerste. Voor de 2® nachtjapon moet men dan de
mouwen in tegengestelde richting van de eerste knippen. De
lijn a b moet even lang worden gemaakt als c rf, zoodat van
a tot c de mouw een weinig moet worden afgerond. Zie fig.
59. De mouwen worden van onderen door boordjes van 24
cM. wijdte bij 4 cM. breedte of door manchetten afgemaakt.
Eene manchet is 25 cM. wijd en 10 cM. breed. Het split
van voren is 45 tot 50 cM. lang. De halsboord, 40 cM. wijd
Fig. .59.
en 2 a 3 cM. breed, wordt langs den zelfkant geknipt.
Het juk of schouderstuk heeft den volgenden vorm en de
volgende afmetingen. Het is 12 cM. hoog en over de geheele
breedte gemeten 40 cAF. breed. De totale breedte bestaat uit